Planschade: compensatie in natura

24-03-2019

In dezelfde planschadezaak die in de blog over de dwangsom bij niet tijdig beslissen aan de orde kwam, besloot het college in bezwaar tot het toekennen van planschade door ‘compensatie in natura’. De mogelijkheid werd geopperd dat door middel van een omgevingsvergunning de voorheen geldende bestemming zou kunnen worden hersteld. Het initiatief daartoe werd echter geheel bij mijn cliënt gelegd.

Was dat terecht? Wat zijn eigenlijk de criteria, voor ‘compensatie in natura’? En hoe werkt dat in de praktijk?

Compensatie in natura

Er is geen in beton gegoten recht om een tegemoetkoming in planschade in geld. Compensatie in natura kan inhouden dat de schadeveroorzakende bestemming ongedaan wordt gemaakt. In het algemeen luidt de vaste lijn daarvoor als volgt:

Indien de gemeente het laten vervallen van de schadeveroorzakende bestemming aanvaardbaar vindt, kan herziening van het bestemmingsplan ter compensatie van het planologisch nadeel de voorkeur hebben boven compensatie van dat nadeel in geld, omdat de planologische wijziging voor de gemeente lagere kosten meebrengt. De vergoeding moet immers uit schaarse publieke middelen worden bekostigd. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 9 december 2015, onder 3.1 (ECLI:NL:RVS:2015:3767).

Hieruit volgt dat het herstellen van de (verwijderde) bestemming of het ongedaan maken van een onwelgevallige bestemming tot de mogelijkheden behoort. Het schadeveroorzakende besluit wordt daarmee ongedaan gemaakt.

Tegemoetkoming anderszins verzekerd

Als de schade niet in geld wordt vergoed, maar door een ruimtelijk besluit, noemt men dat het ‘anderszins verzekeren’ van de schade. Zo ook de Raad van State in 2017:

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (overzichtsuitspraak van 28 september 2016; ECLI:NL:RVS:2016:2582) kan tegemoetkoming in planschade in voorkomende gevallen bestaan in compensatie in natura, in welk geval schadevergoeding in geld achterwege kan blijven, omdat tegemoetkoming in de schade anderszins is verzekerd. De voorkeur van degene die schade lijdt voor een bepaalde wijze van compenseren is daarbij niet doorslaggevend. Het bestuursorgaan mag bij het tegemoetkomen in de schade uitgaan van de wijze van compenseren die de laagste kosten met zich brengt. Het is niet noodzakelijk dat de schade reeds ten tijde van het ontstaan daarvan in natura is gecompenseerd. Het gaat erom of ten tijde van de beslissing op het verzoek om tegemoetkoming in planschade die tegemoetkoming voldoende anderszins is verzekerd.

Zekerheid

Wat echter wel belangrijk is, is dat ten tijde van de beslissing op het verzoek om een tegemoetkoming in planschade, de tegemoetkoming – door compensatie in natura – voldoende anderszins verzekerd is:

De conclusie is dat de rechtbank de besluiten van 12 augustus 2014 terecht heeft vernietigd, omdat deze in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb niet zorgvuldig zijn voorbereid en niet deugdelijk zijn gemotiveerd. De Afdeling ziet aanleiding het college op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen de gebreken in deze besluiten te herstellen. Daartoe dient het college binnen 13 weken na deze uitspraak een nieuw besluit op de door [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B] gemaakte bezwaren te nemen. Bij dat besluit kan het college de door de rechtbank vastgestelde tegemoetkomingen in planschade, vermeerderd met de wettelijke rente, aan [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B] toekennen. In plaats daarvan kan het college bij het nieuwe besluit bepalen dat planschade in natura wordt gecompenseerd, waarbij het college concreet aangeeft waaruit de compensatie in natura bestaat en binnen welke termijn deze compensatie aan [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B] wordt gegeven, mits het college daarbij bepaalt dat indien de compensatie in natura niet binnen de in het besluit vermelde termijn is gegeven het college de door de rechtbank vastgestelde tegemoetkomingen in planschade, vermeerderd met de wettelijke rente, aan [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B] zal betalen.

Nadere eisen aan besluit

In het belang van de rechtszekerheid, moet het college haar besluit wel precies formuleren. In de vervolguitspraak naar aanleiding van voormelde overweging, is het volgende geoordeeld in overweging 8.1:

Naar het oordeel van de Afdeling betekent dit dat het college de tegemoetkoming in de vorm van compensatie in natura onder meer afhankelijk heeft gesteld van de toekomstige, onzekere gebeurtenis dat het nieuwe bestemmingsplan, na vaststelling, ook onherroepelijk wordt. Het college heeft de onzekerheid over de duur en uitkomst van die procedure ten onrechte niet ondervangen door in de besluiten op te nemen dat uitbetaling van de in de besluiten bedoelde bedragen zal plaatsvinden, indien het nieuwe bestemmingsplan, waarbij compensatie in natura wordt geboden, op een in de besluiten bepaalde datum niet onherroepelijk is. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2018, onder 7.3 (ECLI:NL:RVS:2018:3661).

Conclusie

Het zicht op de compensatie in natura moet voldoende concreet zijn en mag niet afhankelijk worden gesteld van een toekomstige, onzekere gebeurtenis (het onherroepelijk worden van het nieuwe bestemmingsplan). Er moet in het besluit een datum worden opgenomen waarop uiterlijk de compensatie in natura zijn beslag moet hebben gekregen. Is dat op de genoemde datum niet het geval, dan dient de planschade in geld (vermeerderd met wettelijke rente) te worden uitgekeerd.

Caren Schipperus

« Terug
×