Vertrouwen en gebreken

06-12-2019

Vertrouwen is een schaars goed. Het is lastig te verkrijgen en als je het eenmaal hebt, kun je het ook zo weer verliezen. Zo ook in de bouw. Het komt regelmatig voor dat er iets mis gaat tijdens de bouw of dat een bouwwerk gebreken vertoont na oplevering. Opdrachtgevers vertrouwen er dan al snel niet meer op dat de betreffende aannemer het werk goed en deugdelijk zal opleveren of in staat is het gebrek deugdelijk te herstellen. Soms is dat terecht, vaak ook niet.

Verlies van vertrouwen en herstel

Verlies van vertrouwen leidt ertoe dat opdrachtgevers liever zien dat een andere aannemer het werk afmaakt of het gebrek herstelt. De wet bepaalt echter dat als een werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever de aannemer in beginsel de gelegenheid moet geven die gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen. De gedachte hierachter is dat het in het algemeen gewenst is dat de aannemer het betalen van vervangende schadevergoeding zoveel mogelijk kan ontgaan door gebreken in het werk binnen een redelijke termijn zelf te herstellen.

Gelegenheid tot herstel

De opdrachtgever dient de aannemer op duidelijke wijze en in niet mis te verstane bewoordingen in de gelegenheid te stellen om de gebreken zelf weg te nemen. Dat kan in de vorm van een ingebrekestelling maar dat is niet perse nodig omdat verzuim niet is vereist.

De aannemer bepaalt

Het uitgangspunt daarbij is dat het, behoudens bijzondere omstandigheden, aan de aannemer is om te bepalen op welke wijze de gebreken zullen worden hersteld, tenzij het zonneklaar is dat de door de aannemer voorgestane wijze van herstel ondeugdelijk is: (ook) herstelwerkzaamheden moeten (I) voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk en (II) worden uitgevoerd met inachtneming van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst. Alhoewel hij dat misschien wel zou willen, kan een opdrachtgever dus niet een bepaalde wijze van herstel dwingend voorschrijven.

Geen gelegenheid, geen geld

Stelt een opdrachtgever de aannemer niet in de gelegenheid het gebrek te herstellen, maar schakelt hij daar een ander voor in,  dan is de kans groot dat hij de daarmee gemoeide kosten niet kan verhalen op de aannemer die verantwoordelijk was voor het gebrek.

Uitzondering

De aannemer hoeft niet in de gelegenheid te worden gesteld gebreken te verhelpen als dat in verband met de omstandigheden niet van de opdrachtgever kan worden gevergd. Bijvoorbeeld als in verband met de (objectief) gebleken onbekwaamheid van de aannemer geen goed resultaat van de herstelwerkzaamheden is te verwachten of als niet valt aan te nemen dat het herstel binnen redelijke termijn kan worden voltooid.

Voor een geslaagd beroep op deze uitzondering is meer nodig dan enkel het subjectieve oordeel van de opdrachtgever. Het feit dat een aannemer een fout heeft gemaakt, maakt hem namelijk niet direct onbekwaam. Immers ‘waar gehakt wordt vallen spaanders’. De opdrachtgever zal de onbekwaamheid van de aannemer dus met objectief verifieerbare stukken dienen te onderbouwen en te bewijzen. Bijvoorbeeld met een rapport van een ter zake deskundige. Een geslaagd beroep op deze uitzondering komt in de praktijk niet vaak voor. Pas hier dus mee op!

Heeft u te maken met of vragen over gebreken, herstelverplichtingen of heeft u andere bouw gerelateerde vragen, neem dan vrijblijvend contact op met een van onze specialisten.

« Terug
×