Zuidas moet meer bijdragen aan sociale advocatuur

18-07-2021

Begin juli schreef FD-verslaggever Joris Polman het artikel ‘Hoe de “kampioenen” van de Zuidas hun geld verdienen en verdelen’ (FD, 1 juli). Ik lees over uurtarieven binnen de advocatuur van €800. De Amerikaanse collega’s overtroeven onze ‘kampioenen’: Global Elite, het kantoor dat de Nederlandse Staat adviseerde bij grote transacties (KLM, Vivat), schrikt niet terug voor een uurtarief van €1800. De partners nemen tonnen, zo niet miljoenen mee naar huis.

De advocatuur in Nederland is divers. In het FD gaat het vaak over de Zuidas. ALEX advocaten staat (naast Frank Janzing, die een strafpraktijk voert) met name mkb-ondernemers bij tegen een uurtarief van gemiddeld €220. Daarnaast bedienen wij cliënten die in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand (‘toevoeging’) en die tussen de kaken van de overheid of een instelling worden vermalen.

Wij ontvangen van deze cliënten een ‘eigen bijdrage’ en van de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) een ‘vergoeding’ na afloop van de zaak. Het is algemeen bekend dat dit geen vetpot is. Mijn ervaring is dat de opbrengst zelden de kosten van de dienstverlening dekt.

Bijzondere verplichting

De sociale praktijk loont dus niet, maar ik vind: noblesse oblige. Ik heb een advocateneed gezworen die inhoudt dat ik zaken aanneem welke ik in gemoede gelove rechtvaardig te zijn. Rechtvaardige zaken staan los van rijkdom of vermogen. In een rechtsstaat is er toegang tot het recht voor iedereen.

Wij (met name Robin Link en Pieter van Goor) behandelen jaarlijks ongeveer tien tot vijftien zaken op toevoegingsbasis, met name op het gebied van bestuursrecht, huurrecht en een enkele civiele kwestie. Wij treffen aan ‘de andere kant’ vaak een advocaat van een middelgroot, gerenommeerd kantoor. De gemiddelde tarieven van die kantoren liggen doorgaans ruim boven de onze. Geld speelt bij de overheid kennelijk geen rol. Onze ervaring is dat deze advocaten zelden schikkingsbereid zijn en weinig oog hebben voor wie het in onze samenleving wat minder treft.

Misschien is mijn analyse niet representatief, maar in onze sociale praktijk boeken wij vaak succes voor onze cliënten. Ik geef hiervan drie voorbeelden met een gemeente of instelling als wederpartij. De eerste kwestie, bij het College voor de Rechten van de Mens, betreft de erkenning van het recht van een woonwagenbewoner op een standplaats in een gemeente. De betrokken gemeente werd bijgestaan door Hekkelman Advocaten. Onze cliënt kreeg gelijk (we procederen nu verder over de daadwerkelijke standplaats). De tijdsbesteding bedroeg 52 uur, tegen een opbrengst van totaal €985. De looptijd van het dossier was 15 maanden.

De tweede casus betreft het recht op schadevergoeding van een koper die grond van een gemeente kocht, welke niet voldeed aan de overeenkomst. De gemeente betwistte bij monde van haar advocaat van (opnieuw) Hekkelman de non-conformiteit. Uiteindelijk kreeg onze cliënt toch gelijk. De zaak werd geschikt na een tijdsbesteding van 68 uur gedurende 1,5 jaar. Vanwege de schikking met de gemeente ontvangen we uiteindelijk €180 per uur.

Tot slot het recht van een moeder met twee kinderen (met de nodige problemen) op het behoud van een sociale huurwoning ondanks klachten wegens overlast. De woningcorporatie werd bijgestaan door De Kempenaer Advocaten. In eerste aanleg was de tijdsbesteding 39 uur, tegen een opbrengst van totaal € 1189. Deze opbrengsten staan in schril contrast met de opbrengsten bij onze advocaat-wederpartij in dezelfde zaken.

NRC-redacteur Folkert Jensma besteedde eerder aandacht aan de scheefgroei binnen de advocatuur. In 2017 noemde hij het fonds van Coen Drion als optie om daarin geld te storten voor mensen die verstoken blijven van juridische bijstand. De jurist en advocaat Coen Drion stelde in 2006 al in een artikel in het Nederlands Juristenblad: ‘Wat de Orde betreft zou het misschien een idee zijn om de ordebijdrage van zeer goed verdienende advocaten substantieel op te hogen, gecombineerd met het vormen van een fonds bij de Orde dat zou kunnen worden aangewend voor het stimuleren en realiseren van toegang tot het recht’. Waarschijnlijk zijn er nog betere ideeën denkbaar dan die van Drion. Het zou goed zijn als meer advocaten in Nederland mee willen denken hoe wij professie en profijt op dit terrein beter in evenwicht kunnen brengen.

Rechtvaardigheid voor winst

Zonder onze commerciële praktijk zouden wij geen sociale praktijk kunnen voeren. Ik neem genoegen met een lagere winst, ten bate van rechtvaardigheid voor mensen aan wie het leven geen cadeautjes heeft uitgedeeld. Voorzover ik heb kunnen nagaan, verlenen alleen nog kleine kantoren rechtsbijstand op basis van een toevoeging (en dat worden er steeds minder).

Hoe rechtvaardig zou het zijn als onze goedverdienende collega’s en confrères, van middelgroot kantoor tot Zuidas, allemaal een duit in de zak van de sociale advocatuur zouden doen? De Orde van Advocaten spreekt nu alleen de Staat in de persoon van minister Sander Dekker aan met leuzen als ‘Red de Rechtsstaat’, maar laat de eigen gelederen ongemoeid. Natuurlijk moet primair de Staat zorgen voor toegang tot goede rechtsbijstand voor iedereen. Maar wie dik verdient aan (onder andere) de overheid en instellingen, mag best een bijdrage leveren aan de sociale advocatuur.

Caren Schipperus | Directeur ALEX advocaten B.V.

« Terug
×