Eigenaar paard

20-01-2020

Aan geschillen in paardenzaken ligt vaak een van de volgende vragen ten grondslag: Wie is de eigenaar van het paard? Is het paard gezond? Wie is er aansprakelijk voor schade? Wie draagt welke kosten? In dit artikel ga ik in op de eigendom van het paard. Op het eerste oog misschien een niet heel aansprekend onderwerp, maar schijn bedriegt!

In menig rechtszaal stond ter discussie wie zich eigenaar van het betreffende paard mocht noemen.

Het eigendomsrecht

Het eigendomsrecht is een van de meest sterke rechten die we kennen. Het Burgerlijk Wetboek zegt over eigendom: “Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben.” En hoewel een paard geen zaak is volgens de wet, zijn de wettelijke bepalingen die gelden voor zaken ook van toepassing op dieren.

Waar het eigendomsrecht wordt omschreven als “het meest omvattende recht”, wordt onder meer bedoeld dat de eigenaar helemaal vrij is om te beschikken zijn zaak. De eigenaar heeft bovendien het exclusieve recht op het gebruik van de zaak en kan anderen verbieden om de zaak te gebruiken. Het eigendomsrecht is dus een heel belangrijk recht, dat een eigenaar maar al te graag wil behouden.  

Voorbeelden

Rechtbank Breda

De Rechtbank in Breda heeft op 27 september 2017 een uitspraak gedaan in een zaak waarbij zich het volgende afspeelde.

Een eigenaar van een paard liet zijn paard africhten door een ruiter. Omdat de ruiter op dat moment niet beschikte over geschikte stallen bij hem aan huis, werd het paard elders gestald. De eigenaar had er geen bezwaar tegen als ook de partner van de ruiter het paard bereed en zij het paard uit zou brengen op wedstrijden. Het toeval wilde dat de partner van de ruiter schulden had. Zij betaalde deze schulden niet en de schuldeisers, die er vanuit gingen dat de partner van de ruiter eigenaar was van het paard,  lieten beslag leggen op het paard. Zij namen het paard zelfs in gerechtelijke bewaring naar een voor de eigenaar onbekende locatie. Zo werd het paard gebruikt als verhaalsobject voor de schulden van een ander dan de eigenaar.  De eigendom leidden de schuldeisers af uit het feit dat de partner van de ruiter het paard regelmatig bereed, zij het paard uitbracht op wedstrijden en zij het paard te koop aanbood.

De eigenaar trok gelukkig op tijd aan de bel bij de schuldeisers. Hij probeerde hen ervan te overtuigen dat hij eigenaar was van het paard en niet de partner van de ruiter, zodat zijn paard ook niet als verhaalsobject kon dienen voor haar schulden. De eigenaar overlegde stukken waaruit bleek dat hij eigenaar was van het paard, waaronder een aankoopfactuur en een verklaring van de verkoper.

Gelukkig stelde de rechter de eigenaar in het gelijk. De omstandigheden dat de partner van de ruiter het paard bereed en uitbracht op wedstrijden, alsmede het feit dat zij het paard te koop aanbood op internet waren onvoldoende om te bewijzen dat zij eigenaresse was van het paard. Zeker niet nu de eigenaar heel uitvoerig had toegelicht en bewijs had overgelegd van zijn eigendom. Het beslag werd opgeheven en de schuldeisers moesten het paard teruggeven aan de eigenaar. Met een succesvol kort geding is de verkoop van het paard voorkomen kunnen worden en kon de eigenaar zijn paard weer in ontvangst nemen.

Rechtbank Arnhem

Een andere situatie deed zich voor bij de Rechtbank in Arnhem op 16 december 2015. De eigenaresse van het paard Puck sprak met mevrouw Y af dat mevrouw Y dit paard zou verzorgen op kosten van de eigenaresse. Puck werd gestald in een pensionstal, waar mevrouw Y Puck is gaan verzorgen. Toen de eigenaresse het paard enige tijd later wilde ophalen uit de pensionstalling, weigerde mevrouw Y om het paard af te geven. Mevrouw Y stelde zich namelijk op het standpunt dat zij Puck geschonken had gekregen van de eigenaresse en daarmee de eigendom van dit paard had verkregen. De eigenaresse was het hier volstrekt mee oneens en stapte naar de rechter. Daar waar mevrouw Y had aangevoerd dat haar eigendom van het paard bleek uit het feit dat het paspoort op haar naam stond en zij een overeenkomst met de pensionstal had gesloten, overwoog de Rechtbank dat het paspoort ‘slechts’ dient ter registratie/identificatie van een paard en geen bewijs van eigendom is. Dit geldt ook voor een stalovereenkomst. De Rechtbank stelde de eigenaresse vooralsnog in het gelijk en belaste mevrouw Y met de bewijsopdracht van de schenking. De einduitspraak is helaas niet gepubliceerd, maar dit voorlopige oordeel geeft wel goed weer hoe de rechter de tenaamstelling van het paspoort en de stalovereenkomst waardeert.

Praktische tips

Dit gezegd hebbende, is het natuurlijk de vraag hoe je kunt aantonen dat je (mede-)eigenaar bent van een paard. Voor de registratie van de eigendom van paarden is er geen (openbaar) register, zoals dat bij bijvoorbeeld voor onroerend zaken wel het geval is. Het KWPN merkt in haar algemeen reglement uitdrukkelijk op dat de ‘geregistreerde’ niets zegt over degene die eigenaar is in juridische zin. De KNHS geeft op haar website aan dat de naam van de persoon in het paspoort geen bewijs van eigendom is. Kortom, nergens wordt de eigendom van een paard geregistreerd.

Een koopovereenkomst en bewijs van betaling van de koopsom scheppen duidelijkheid over wie het paard heeft gekocht. Verder zijn omstandigheden zoals bijvoorbeeld waar staat het paard gestald, wie betaalt de stalling, is het paard verzekerd en zo ja, op wiens naam, door wie wordt het paard verzorgd, etc. aanwijzingen om de eigendom vast te stellen. Belangrijk is wel om op te merken dat het vaak gaat om een samenspel van meerdere omstandigheden. Het gaat om het totale plaatje. Als je jouw paard in training of verzorging geeft aan een ander, bevestig dat dan even per mail of app. Je kunt dan later altijd aantonen op welke (rechts)grond diegene jouw paard onder zich heeft.

Heb je vragen of wil je juridische hulp, neem dan gerust vrijblijvend contact op met mij.

Britt Loeffen

« Terug
×