Bouwbesluit-toets omgevingsvergunning

11-07-2019

In een omgevingsvergunning voor een bedrijfsruimte schrijft de vergunningverlener met betrekking tot de toets van de aanvraag aan het Bouwbesluit:

“Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat het project, voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.”

Tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden constateert een toezichthouder dat op de tekening bepaalde brandvoorzieningen ontbreken en dat er ook geen beoordeling van de brandveiligheidsaspecten door de veiligheidsregio heeft plaatsgevonden. Vervolgens schrijft de toezichthouder de vergunninghouder aan het dwingende verzoek om dit alsnog in orde te maken.

Vraag: mag de gemeente op dit punt nadere eisen stellen? Hoe verhoudt zich dit tot de verleende vergunning?

Antwoord: ja dat mag.

Uitleg

Artikel 1b Woningwet bepaalt dat het verboden is een bouwwerk te bouwen of in stand te laten, dat niet voldoet aan (kort gezegd) het Bouwbesluit (tenzij daar expliciet vergunning voor is verleend). Deze verbodsbepaling richt zich (mede) tot vergunninghouder en eigenaar.

Het feit dat in de omgevingsvergunning staat dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project voldoet aan het Bouwbesluit, betekent dus niet dat daarmee later niet (alsnog) handhavend kan worden opgetreden als blijkt een bepaald onderdeel bij nader inzien in de vergunningprocedure niet goed is afgehandeld (tenzij voor een specifieke afwijking expliciet vergunning is verleend). De vergunninghouder is er zelf voor verantwoordelijk dat het bouwplan voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit.

In dit soort situaties is ons advies dan ook, zeker als het gaat om brandveiligheidsaspecten, het bouwplan direct aan te passen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Dit is niet in de laatste plaats van belang in verband met de (brand)verzekering van de gebouweigenaar en/of de huurder van de bedrijfsruimte. Het risico op een eventuele ontzegging van de dekking door de verzekeraar in geval van calamiteit moet men voorkomen.

Nog belangrijker is natuurlijk de brandveiligheid voor de gebruikers van de ruimte zelf, maar dat spreekt voor zich.

Caren Schipperus

« Terug
×