Handhaving noodverordening coronavirus

18-03-2020

Om de verdere verspreiding van het coronavirus (COVID-19) tegen te gaan heeft de minister van Medische Zorg en Sport, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland een aanwijzing gegeven om hun bevoegdheden op het terrein van de openbare orde en veiligheid in te zetten.

Op 16 en 17 maart jl. hebben die voorzitters op die aanwijzing gereageerd door algemeen verbindende voorschriften te geven die voor de handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar, nodig zijn. Die algemeen verbindende voorschriften zijn neergelegd in de Noodverordening COVID-19. In beginsel geldt de Noodverordening tot 6 april 2020.

De inhoud van de Noodverordening zal inmiddels bekend zijn: horeca- en aanverwante bedrijven zijn verplicht om de deuren te sluiten en er geldt een samenscholingsverbod voor meer dan 100 personen.

In deze blog ga ik in op de wijze waarop de Noodverordening gehandhaafd kan worden. Dat kan zowel via de strafrechtelijke als via de bestuursrechtelijke weg.

Strafrechtelijke handhaving

Op basis van de Politiewet 2012 en de Wet veiligheidsregio’s treden de politie en de Koninklijke Marechaussee op ter handhaving.  Overtreding van een noodverordening is strafbaar gesteld in art. 443 van het Wetboek van Strafrecht. Er kan hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie (momenteel € 4.350, =) worden opgelegd. Daarnaast kan verbeurdverklaring worden uitgesproken, bijvoorbeeld op de inhoud van de kassa of op de inventaris van het in strijd met de verordening geopende horecabedrijf.

De (verdachte) overtreder kan worden gedagvaard om te verschijnen voor de kantonrechter, maar de officier van justitie kan de overtreding met een strafbeschikking afdoen of de verdachte een transactie aanbieden.

Bestuursrechtelijke handhaving

Naast strafrechtelijke handhaving is ook bestuursrechtelijke handhaving mogelijk. Indien door een aangewezen toezichthouder of bijzonder opsporingsambtenaar (boa) een overtreding wordt geconstateerd kan de voorzitter van de veiligheidsregio een herstelsanctie opleggen. (Lees hier verder over de bevoegdheden van de toezichthouder.)

Een herstelsanctie kan in de vorm van een last onder bestuursdwang of in de vorm van een last onder dwangsom. In de eerste variant zal de overtreder de gelegenheid worden gesteld om zelf een einde te maken aan de overtreding. Gebeurt dat niet dan kan het bestuur dat, op kosten van de overtreder, zelf doen. In spoedeisende zaken kan het bestuur onmiddellijk tot actie overgaan.

In het geval van een last onder dwangsom verbeurt de overtreder een fors geldbedrag inden hij niet voldoet aan de last om een einde te maken aan de overtreding. In spoedeisende zaken kan geen last onder dwangsom worden opgelegd.

Lees hier meer over het verschil tussen herstel- en bestraffende (punitieve) sanctie.

Vooralsnog geen problemen

Uit verschillende publicaties kan worden geconcludeerd dat de noodmaatregelen weliswaar grote impact hebben op de getroffen sectoren maar dat de noodverordening goed wordt nageleefd. Mochten er toch onduidelijkheden zijn met betrekking tot de handhaving van de Noodverordening COVID-19 dan kunt u uiteraard met uw vragen bij mij, of bij mijn kantoorgenoot Robin Link, terecht.

Frank Janzing

« Terug
×