Natrap kost werkgever flinke duit

18-04-2018

Een werkgever die zich, na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, publiekelijk negatief uitlaat over de werknemer, moet een fikse schadevergoeding betalen. Hoe kan dat? Arbeidsrechtadvocaat Frank Janzing legt het in deze blog uit.

Beëindiging met wederzijds goedvinden

Een veel voorkomende en praktische manier om een einde te maken aan een arbeidsovereenkomst, is de beëindiging met wederzijdse toestemming. Werkgever en werknemer overleggen met elkaar over de voorwaarden die aan de beëindiging worden verbonden. Meestal gaat het dan om het tijdstip van de beëindiging en de financiële genoegdoening voor de werknemer. Het resultaat van dat overleg wordt vervolgens opgenomen in een zogenaamde vaststellingsovereenkomst.

Ontbinding, alleen in bijzondere gevallen

De vaststellingsovereenkomst is wettelijk geregeld. Een van de kenmerken is dat deze overeenkomst achteraf alleen in zeer bijzondere gevallen kan worden ontbonden. Uitzondering hierop is het recht van de werknemer om binnen twee weken na het tekenen van de vaststellingsovereenkomst, om welke reden dan ook, op zijn instemming terug te komen. Na het verstrijken van die twee weken zijn werkgever en werknemer definitief aan de vaststellingsovereenkomst gebonden en kunnen zij ervan uitgaan dat er ook een definitief einde aan de arbeidsovereenkomst is gekomen.

Geen negatieve uitlatingen

Zoals aangegeven, gaat het in de onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst meestal over de beëindigingsdatum en de hoogte van de vergoeding. De vaststellingsovereenkomst bevat daarnaast vrijwel altijd nog wat  standaardbepalingen, zoals de geheimhouding over de afspraken en finale kwijting. Hier wordt in de onderhandelingen bijna geen aandacht aan besteed. Een ander terugkerend onderdeel van een vaststellingsovereenkomst is de afspraak dat werkgever en werknemer na beëindiging van het dienstverband geen negatieve uitlatingen over en weer zullen doen. Dat levert in de praktijk meestal geen problemen op.

In een zaak waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onlangs een uitspraak heeft gedaan was dat anders.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde over een zaak waarin de werkgever, Zorgorganisatie Lentis,  een vaststellingsovereenkomst was aangegaan met een psychiater die bij de zorgorganisatie in dienst was. Afgesproken was dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen met ingang van 1 juni 2012. Op 14 juli 2012, kort na het einde van de arbeidsovereenkomst, zond de EO een programma uit over misstanden op de afdeling waar de werknemer werkte. De rol van de werknemer in die misstanden werd uitvoerig door de directeur van Lentis uit de doeken gedaan. Die negatieve uitlatingen waren voor de psychiater reden om de vaststellingsovereenkomst te ontbinden en bij de rechter schadevergoeding te eisen.

Het hof overweegt dat de inbreng van de directeur in het programma van de EO  een overtreding oplevert van de verplichting uit de vaststellingsovereenkomst om zich te onthouden van negatieve uitlatingen over de werknemer. Daardoor was de werknemer bevoegd om de vaststellingsovereenkomst te ontbinden. Omdat de werkgever niet wenste mee te werken aan herstel van het dienstverband, werd de werkgever uiteindelijk veroordeeld om een bedrag van ruim € 316.000,= aan de werknemer te betalen. Een dure les voor de werkgever.

Geïnteresseerden kunnen de uitspraak van het gerechtshof hier nalezen.

« Terug
×