Aansprakelijkheid van bestuurders

27-03-2020

Een populair onderwerp in de rechtspraak is de aansprakelijkheid van bestuurders (bestuurdersaansprakelijkheid). Vooral bij bestuurders van besloten vennootschappen ziet men dit leerstuk steeds vaker voorbij komen.

BV is aansprakelijk

Kenmerk en uitgangspunt van een besloten vennootschap is dat de bestuurder van deze vennootschap niet aansprakelijk is. De aansprakelijkheid blijft ‘in de BV’. Schuldeisers moeten aankloppen en verhaal zoeken bij de BV. De bestuurder blijft in beginsel buiten beeld.

Schuldeisers zien zich echter steeds vaker geconfronteerd met ‘lege’ BV’s. Bestuurders zijn creatief en weten de BV zodanig achter te laten dat schuldeisers bedrogen achterblijven. Mede vanwege dit soort praktijken richt de toorn van schuldeisers zich dan ook steeds vaker tegen bestuurders van BV’s. Als de BV geen verhaal biedt, dan proberen schuldeisers of zij geld bij de bestuurder kunnen ophalen.

Bestuurdersaansprakelijkheid

In sommige gevallen kan dat als er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid. De wet kent een aantal mogelijkheden om de bestuurder aansprakelijk te stellen. Ik bespreek onbehoorlijk bestuur en de onrechtmatige daad.

Onbehoorlijk bestuur

De eerste mogelijkheid is die van onbehoorlijk bestuur uit artikel 2:248 Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat in geval van een faillissement van een BV de bestuurder aansprakelijk is jegens de boedel als hij a) zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld én b) het aannemelijk is dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Er is sprake van en onbehoorlijke taakvervulling (vereiste a) als het gaat om een zeer duidelijke en ernstige onbehoorlijkheid c.q. een ernstige verwijtbaarheid. Deze lat ligt hoog. Onopzettelijke domheden of beleidsfouten zijn niet voldoende. Van een onbehoorlijke taakvervulling zal pas sprake zijn als geen redelijk denkend/handelend bestuurder onder dezelfde omstandigheden hetzelfde gehandeld zou hebben.

Als blijkt dat er sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling, dan moet vervolgens vast komen te staan dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement (vereiste b).

In twee gevallen staat op grond van de wet vast dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is:

  1. De bestuurder heeft nagelaten om een behoorlijke boekhouding te voeren (boekhoudplicht);
  2. De bestuurder heeft de jaarrekening niet tijdig gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel (publicatieplicht).

Het is dan aan de bestuurder om dit vermoeden te weerleggen. Bijvoorbeeld door aan te tonen dat er andere oorzaken zijn die tot het faillissement hebben geleid of dat hem als bestuurder geen verwijt kan worden gemaakt.

Onrechtmatige daad

De tweede mogelijkheid voor aansprakelijkheid van een bestuurder is de onrechtmatige daad uit artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. De bestuurder moet dan een persoonlijk ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Daarvan is onder meer sprake indien

  • de bestuurder bij het aangaan van verplichtingen namens de BV heeft gehandeld en de bestuurder op dat moment wist/behoorde te weten dat de BV niet aan deze verplichtingen zou kunnen voldoen;
    Hieronder valt bijvoorbeeld de situatie waarin de bestuurder vanuit de BV een grote order plaatst en de goederen in ontvangst neem, terwijl de bestuurder weet dat de BV helemaal geen geld heeft om deze goederen aan te schaffen.
  • de bestuurder heeft toegelaten dat de BV haar wettelijke/contractuele verplichtingen niet nakwam;
    Bij deze situatie kan worden gedacht aan een bestuurder die de BV leeg haalt, zodat er geen geld meer is om schuldeisers te betalen.

Fiscale aansprakelijkheid

Vanwege de coronacrisis, is het voor bestuurders mogelijk om uitstel van belastingbetaling aan te vragen. VNO-NCW wijst op het risico van bestuurdersaansprakelijkheid hierbij. Een bestuurder kan aansprakelijk worden gesteld als hij niet op tijd bij de Belastingdienst heeft gemeld dat belastingen niet kunnen worden betaald. Een tijdige melding van betalingsonmacht bij de Belastingdienst kan het risico van aansprakelijkstelling beperken, aldus VNO-NCW.

Die melding moet in ieder geval worden gedaan binnen twee weken nadat de belasting betaald had moeten worden.

Tot slot

Via de route van bestuurdersaansprakelijkheid proberen steeds meer schuldeisers om alsnog een pleister op de wond te verkrijgen. Hoewel de lat hoog ligt en de bestuurdersaansprakelijkheid niet zomaar wordt toegewezen door rechters, levert het meer dan eens succes op. Wilt u meer weten over dit onderwerp, neemt u dan contact op met Britt Loeffen of Linda Jacobs.

« Terug
×