VvE: bestuurder en voorzitter tegelijk?

31-07-2019

Regelmatig komt het voor dat de bestuurder van de vereniging van eigenaars (hierna: VvE) ook de functie van voorzitter van de vergadering van eigenaars vervult. Mag men de functies van bestuurder van de vereniging en voorzitter van de vergadering eigenlijk wel verenigen in één persoon?

Voor het antwoord op de vraag, bespreek ik eerst de relevante regels van het appartementsrecht en de begrippen die daarbij horen. Daarna zal ik de opvattingen uit de literatuur over dit onderwerp tegen elkaar afzetten. Daarbij besteed ik ook aandacht aan de beschikbare jurisprudentie.

Bestuur

Eén van de organen van de VvE is het bestuur. De leden van de VvE benoemen het bestuur. In beginsel bestaat het bestuur van de VvE uit één bestuurder, maar de statuten kunnen bepalen dat er meerdere bestuurders worden aangewezen. De bestuurder kan een VvE-lid zijn of een externe partij (bijvoorbeeld een professionele VvE-beheerder). Wanneer er meerdere bestuurders zijn, dan kiezen zij onderling wie de voorzitter van het bestuur wordt. Het bestuur draagt o.a. zorg voor de uitvoering van de besluiten die de leden tijdens de vergadering van eigenaars nemen (artikel 5:131 BW).

Voorzitter van de vergadering

Een tweede orgaan van de VvE, is de vergadering van eigenaars. De vergadering van eigenaars is het hoogste orgaan binnen VvE. Alle (besluit)bevoegdheden die de VvE heeft, komen toe aan de vergadering. Elke appartementseigenaar is van rechtswege lid van de VvE en van de vergadering van eigenaars. Alle appartementseigenaren hebben toegang tot de vergadering en kunnen daar hun stem uitbrengen. De vergadering van eigenaars benoemt uit een voorzitter, in beginsel een van de leden. Hiervan kan men afwijken in de statuten (artikel 5:127 BW). Deze voorzitter van de vergadering van eigenaars moet men onderscheiden van (de voorzitter van) het bestuur van de VvE. De voorzitter van de vergadering van eigenaars heeft de feitelijke leiding tijdens vergaderingen.

Belet of ontstentenis bestuurder

Het kan voorkomen dat een bestuurder zijn bestuurstaken niet kan uitvoeren (de wet noemt dat belet of ontstentenis). Dit kan hinderlijk zijn voor de uitvoering van de besluiten van de VvE. De wet biedt hulp en voorziet hier in een oplossing: de voorzitter van de vergadering vervangt de bestuurder, wanneer deze zijn bestuurstaken niet kan uitvoeren (artikel 5:133). In de statuten kan hiervan worden afgeweken door te bepalen dat de iemand anders de bestuurstaken op zich neemt.

Ook in het geval dat de bestuurder en de leden van de VvE een tegenstrijdig belang hebben, treedt de voorzitter van de vergadering in de plaats van het bestuur, artikel 5:133 lid 2.

De geschiedenis

Tot 1992 sprak men niet over een bestuurder, maar over een administrateur. In veel oude akten kom je dit dus nog tegen.

Sinds 1 december 1972 stelt de wet de oprichting van een VvE verplicht. De oprichting van een VvE was daarvoor facultatief, waardoor de administrateur meer invloed uit kon oefenen als er geen VvE was. De administrateur handelde namens de gezamenlijke eigenaars en had een ruimer takenpakket dan de bestuurder van tegenwoordig.[1] De wetgever vond het van belang om enig tegengewicht te bieden tegen de administrateur (bestuurder) door een voorzitter van de vergadering te introduceren.

 “De positie van de voorzitter als hier in de wet geregeld – als staande naast het bestuur – is nog afkomstig uit de oude wet van 1951, waarbij de VvE facultatief was en er een tegenwicht nodig was tegen de administrateur.”[2]

Het is de vraag of de voorzitter van de vergadering ook in het leven geroepen zou zijn, indien van meet af aan sprake zou zijn geweest van een verplichte VvE. De parlementaire geschiedenis bevat geen aanwijzing/verheldering op dit punt. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt ook niet of men destijds heeft stilgestaan bij de vraag of de voorzitter van de vergadering en de bestuurder verenigd mogen zijn in één persoon.[3]

Modelreglement

De meeste VvE’s maken gebruik van een modelreglement (hierna: MR) voor de statuten van de vereniging. Een MR vormt een aanvulling op de wet en geeft op detailniveau weer, welke regels er voor die specifieke VvE gelden. Nu de wet niet dwingend bepaald of de voorzitter van de vergadering en de bestuurder wel of niet in een persoon verenigd mogen zijn, is dit een onderwerp dat in het MR geregeld zou kunnen.

In artikel 33 lid 7 MR 1992 staat dat indien het bestuur van de VvE uit meerdere personen bestaat, de voorzitter van de vergadering en een bestuurder in één persoon verenigd kunnen zijn. Artikel 45 MR 2006 en artikel 49 lid 6 MR 2017 geven eenzelfde regeling weer. De MR’s regelen niets voor het geval dat er maar één bestuurder is.

Literatuur

De beperkt beschikbare literatuur is verdeeld over dit onderwerp. Hieronder zet ik twee mogelijke antwoorden uiteen die de literatuur ons voorhoudt. Volgens de Asser is een vermenging van de voorzitter van de vergadering en de bestuurder in een persoon niet mogelijk.[4] Volgens Rijssenbeek kan dit echter wel.

Asser

Asser stelt dat wanneer er één bestuurder is, deze niet tevens de voorzitter van de vergadering mag zijn. [5]  Deze baseert de Asser op de ratio van artikel 5:133 BW: wanneer de bestuurder en de voorzitter van de vergadering in een persoon verenigd zijn, dan kan de voorzitter van de vergadering de bestuurder nooit vervangen.[6]

In de rechtspraak is dit standpunt – voor zover bekend – eenmaal overgenomen.[7] Het gerechtshof Amsterdam heeft op 8 december 2009 geoordeeld dat artikel 33 lid 7 MR 1992 ook van toepassing is op oudere modelreglementen. Het hof oordeelt dat tegen een versmelting van de functies van bestuurder en voorzitter van de vergadering geen bezwaar bestaat, indien het bestuur uit meerdere personen bestaat. Het argument van het gerechtshof is feitelijk hetzelfde als in het modelreglement staat.

“Nu doorgaans het bestuur van een VvE veelal uit drie of meer personen bestaat, dienen de wet (art. 5: 133 lid 1 BW) en het reglement zo te worden uitgelegd dat tegen een versmelting van functies geen bezwaar bestaat als er meer bestuurders zijn, zoals in dit geval waarin er sprake is van twee vice-voorzitters.”[8]

Het hof overweegt niets over de situatie dat er maar één bestuurder is. A-contrario kun je uit het arrest wellicht opmaken, dat een versmelting van de functies niet mogelijk is als er maar één bestuurder is. Dit staat er echter niet letterlijk.

Nederlandvve.nl geeft als voorwaarde van een versmelting van de functies, dat er meerdere bestuurders dienen te zijn. Wanneer dit niet zo is, kan de voorzitter van de vergadering en de bestuurder dus niet dezelfde persoon zijn. Zij verwijst daar naar de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam.[9]

Rijssenbeek

Rijssenbeek pleit vóór de mogelijkheid van de versmelting van de voorzitter van de vergadering en een bestuurder in een persoon. Nergens uit de wet of het modelreglement blijkt letterlijk dat een bestuurder die tevens voorzitter is van de vergadering, niet dezelfde persoon mag zijn. De grammaticale uitleg van de wet of het reglement houdt immers geen strikt verbod in.[10]

Het kan zijn dat er noodgedwongen maar een bestuurder is van de VvE. Wanneer niemand de voorzitter van de vergadering kan/wil zijn, behalve de bestuurder, dan is sprake van een onwerkbare situatie. Er is immers wel een voorzitter van de vergadering van eigenaars nodig. Dit blijkt ook uit de redenering van de rechtbank Noord-Holland:

“Verder kan uit artikel 5:133 lid 1 BW, waarbij is bepaald dat bij belet of ontstentenis van het bestuur deze in beginsel door de voorzitter van de vergadering wordt vervangen, niet worden afgeleid dat, indien er maar één bestuurder is, dat die bestuurder niet tegelijk ook de voorzitter van de vergadering kan zijn. Dat geldt ook voor het zevende lid van artikel 33 MR, waarin is bepaald dat de functies van bestuurder en voorzitter van de vergadering in één persoon kunnen zijn verenigd, indien er meer bestuurders zijn. Dit zou immers leiden tot een onwerkbare situatie. In veel gevallen doet zich de situatie voor dat er maar één bestuurder is, die tegelijkertijd ook de rol van de voorzitter van de vergadering (soms noodgedwongen) op zich neemt. In een dergelijke situatie is geen sprake van strijd met de wet, de statuten of het modelreglement, omdat deze geen strikt verbod inhouden.”[11]

De opvatting van Rijssenbeek en de rechtbank Noord-Holland ligt dichter bij de dagelijkse praktijk, zeker bij kleinere VvE’s en vind ik goed verdedigbaar.

Andere argumenten

Er zijn meer argumenten die de lijn van Rijssenbeek ondersteunen. De leden van de vergadering kiezen gezamenlijk een voorzitter van de vergadering en een bestuurder. Bij ontstentenis of belet van een bestuurder, kunnen de leden van de vergadering de zittende bestuurder schorsen of ontslaan en een nieuwe bestuurder benoemen. Indien de voorzitter van de vergadering de bestuurstaken reeds op zich heeft genomen, kunnen de leden verder besluiten om voor de vergadering (wellicht eenmalig) een andere voorzitter te kiezen. Deze bevoegdheden liggen immers allemaal bij de vergadering. Wanneer de vergadering het samenvallen van de bestuurder en de voorzitter van de vergadering in één persoon accepteert, dan is dat geheel in lijn met de toedeling van bevoegdheden aan vergadering. Denkbaar is dat een apart besluit van de vergadering, deze werkwijze kan bekrachtigen. Wat in mijn ogen essentieel is, is dat de vergadering welbewust kiest (en dus een besluit neemt) om de functies van voorzitter en bestuurder te laten vervullen door één persoon.

Conclusie

De vergadering van eigenaars heeft de bevoegdheden om zowel het bestuur te benoemen, te schorsen en te ontslaan alsook een voorzitter van de vergadering te benoemen.

Men kan artikel 5:133 BW en artikel 33 lid 7 MR 1992 zo uitleggen dat daaruit een verbod voortvloeit tegen de vermenging van de voorzitter van de vergadering en de bestuurder in één persoon. Uit de grammaticale interpretatie van artikel 5:133 BW volgt dit evenwel niet. En wat als er in een splitsingsreglement geen ‘artikel 33 lid 7’ is opgenomen?

Wanneer de wet de samensmelting van de voorzitter van de vergadering en de bestuurder niet expliciet verbiedt, vind ik het pleitbaar dat de vergadering van eigenaars kan besluiten dat deze door functies één persoon worden vervuld.

Het verdient aanbeveling om in het splitsingsreglement een bepaling op te nemen die inhoudt dat het vervullen van beide functies door één persoon is toegestaan, mits er geen sprake is van een tegenstrijdig belang. Of daarvan sprake is, is aan de vergadering.

Jaap van Vlastuin

 

[1] N.L.J.M. Rijssenbeek, de model-splitsingsreglementen toegelicht, ’s-Gravenhage: IBR 2018, p. 452.

[2] Asser/Bartels & Van Velten 2017/544.

[3] Kamerstukken II 1970/71, 10 987, 3, p. 21.

[4] Asser/Bartels & Van Velten 2017/544.

[5] Asser/Bartels & Van Velten 2017/544.

[6] Volledigheidshalve merk ik op dat de tekst uit Asser/Bartels & Van Velten 2017/544 volledig is overgenomen in Tekst & Commentaar bij artikel 5:133.

[7] Gerechtshof Amsterdam, 8 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BL9127, r.o. 3.4.1.

[8] Gerechtshof Amsterdam, 8 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BL9127.

[9] https://www.nederlandvve.nl/vve-nieuws/voorzitter-vergadering-kan-tevens-bestuurder-van-de-vve-zijn/.

[10] N.L.J.M. Rijssenbeek, de model-splitsingsreglementen toegelicht, ’s-Gravenhage: IBR 2018, p. 338/339.

[11] Rb. Noord-Holland, 14 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:6134.

« Terug
×