CPO (II: de praktijk)

24-12-2019

Begin 2017 werd ik benaderd door het bestuur van de Vereniging Surplus. Het bestuur vertegenwoordigde een groep fitte, hoogopgeleide en bemiddelde senioren. Gezamenlijk waren ze sinds 2006 op zoek naar een bouwlocatie in de omgeving van Utrecht om daarop een wooncomplex te bouwen waar ze samen oud zouden kunnen worden. Inmiddels hadden ze een locatie gevonden in Zeist en aan mij de vraag om de afspraken daarover met de gemeente op papier te zetten.

In december van dit jaar, is het complex opgeleverd door aannemer Salverda.

Terugblik

In oktober keek ik met het bestuur terug op het project. De terugblik vat ik samen in deze blog die ik opdraag aan Jan-Willem Nieuwenhuijsen, de aimabele voorzitter van de Vereniging, die op de dag van zijn verhuizing naar de Zeister Haven onverwacht overleed.

Wat vooraf ging

De meeste leden van Surplus kennen elkaar al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Een aantal vormden samen een ‘ouderparticipatiecreche’ in Utrecht en woonden in aanpalende woningen, waarbij de kinderen over en weer konden lopen en de ouders op elkaars kinderen pasten. De goede relatie tussen tussen deze mensen is altijd gebleven en leidde gaandeweg tot het plan om samen op zoek te gaan naar een locatie om een wooncomplex te stichten. Samen regelen, samen delen en naar elkaar omzien als het nodig is: anticiperen op het ouder worden. Bij uitstek een idee dat kwalificeert als collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO).

2008-2014

Vanaf 2008 begon het idee concreter vorm te krijgen. Er werd een vereniging opgericht, betrok een adviseur bij het project en men ging op zoek naar locaties, eerst binnen de gemeente Utrecht. De gemeente bleek niet goed te weten wat CPO was en men raakte verstrikt in het ambtelijke apparaat. Er was weinig enthousiasme voor het plan van Surplus. De eerste € 24.000,= aan kosten was gemaakt. Sommige leden van de Vereniging haakten daardoor af.

Surplus ging door en verlegde het onderzoek naar de gemeente Zeist. Deze gemeente was ook niet erg enthousiast om medewerking te verlenen. Aangeboden locaties waren meer de ‘winkeldochters’ dan de krenten uit de pap.

2014-2017

Uiteindelijk wordt met tussenkomst van een aannemer een locatie aangeboden die op dat moment nog behoort bij de gemeentewerf. Aanvankelijk is het onduidelijk wanneer de locatie ontwikkeld kan worden, maar de partijen gaan toch met elkaar in gesprek. De aannemer draagt een architect aan en ontwerpt een bouwplan met een ingewikkelde bouwkundige constructie dat vervolgens een miljoen euro te duur is. Voor Surplus dreigt wederom een teleurstelling met financiële schade.

De Vereniging bevestigt de belemmerende factoren die in blog I zijn beschreven: rol van de gemeente (regels, beleid), de kosten (voorfinanciering) en (het gebrek aan) kennis.

Omslag

De omslag kwam toen de Vereniging in contact kwam met Robert Otten en aannemer Salverda. Robert Otten heeft kennis ingebracht met betrekking tot het stichten van bouwprojecten. Aannemer Salverda was bereid om met het zicht op de bouwopdracht, de ontwikkelkosten voor te financieren. Twee belangrijke belemmeringen voor een kansrijk CPO-project zijn daarmee weggenomen.

Rol gemeente

Bleef over de rol van de gemeente. Zowel ten aanzien van het bestemmingsplan voor de locatie als ten aanzien van de kosten voor de grond, getuigde de houding van de gemeente niet van enthousiasme voor het plan. In de besprekingen over de koopovereenkomst, is dit ook meermalen geuit. Het werd ook aan Surplus overgelaten om in overleg met de buurt te treden om bezwaren tegen het bouwplan weg te nemen. Het is aan de volharding van Surplus en aan de bezuinigingen die zijn doorgevoerd in het bouwplan te danken, dat men uiteindelijk heeft kunnen doorzetten en de Zeister Haven nu een feit is. Het project had minstens een jaar eerder en tegen minder kosten kunnen worden uitgevoerd, als de gemeente een pro-actieve rol had vervuld.

Conclusie

Collectief particulier opdrachtgeverschap, is getuige het relaas van Surplus, een proces van lange adem, met veel kosten en de nodige belemmeringen om te overwinnen. Dat het tot een goed einde is gekomen, is te danken aan de genoemde adviseur en aannemer, én aan de coherentie binnen de groep. De onderlinge verbondenheid en de sterke wens om tot de gedroomde woonvoorziening te komen, heeft ertoe geleid dat men binnen de Vereniging, moeilijke besluiten steeds heeft kunnen nemen.

Dat de vriendelijke vasthoudendheid van de voorzitter Jan-Willem daarbij een belangrijke rol heeft gespeeld, mag niet onbenoemd blijven.

Het was mij een genoegen aan dit project te mogen werken en ik wens de leden van de Vereniging Surplus toe dat zij in de Zeister Haven een warm thuis vinden.

Caren Schipperus

« Terug
×