De plattelandswoning en de kruimelregeling

24-01-2021

Steeds meer agrarische bedrijfswoningen verliezen hun functie. Een boer die zijn bedrijf niet kan of wil overdragen, zal bij beëindiging zijn land of bedrijfsbebouwing wel kunnen verkopen aan de buurman. Maar wat te doen met de woning?

Woning: gevoelige functie

Agrarische bedrijfswoningen kunnen niet vaak tot burgerwoning bestemd worden. Burgerwoningen zijn in termen van de milieuwetgeving ‘gevoelige functies’. Dat betekent dat ze bescherming genieten tegen bijvoorbeeld geur- en geluidsbelasting van agrarische bedrijven. Een burgerwoning in agrarisch gebied, belemmert dus vaak de ontwikkelingsmogelijkheden van een agrarisch bedrijf.

Plattelandswoning

De wetgever heeft in 2013 de ‘plattelandswoning’ geïntroduceerd. Dit is een tussenvorm waarbij een voormalige bedrijfswoningen wel door ‘burgers’ mag worden bewoond, zonder de bescherming die bij een burgerwoning hoort. Een plattelandswoning mag ook altijd weer opnieuw als bedrijfswoning worden gebruikt.

Bestemmingswijziging of omgevingsvergunning

In beginsel is voor een plattelandswoning een bestemmingswijziging nodig. Dit kan door middel van een bestemmingsplanprocedure of een omgevingsvergunning[1]. Dit zijn allebei uitgebreide procedures. Hieronder ga ik daar verder op in.

Ontheffing of kruimelvergunning

Het kan ook door middel van een binnenplanse ontheffing[2] (als de mogelijkheid tot transformatie naar een plattelandswoning al het in het bestemmingsplan is bepaald) of een kruimelvergunning[3]. Dit laatste is alleen mogelijk als de beoogde plattelandswoning ‘binnen de bebouwde kom’ ligt.

Bebouwde kom

Wanneer is er sprake van ‘bebouwde kom’? De vraag of een perceel in de bebouwde kom is gelegen, is van feitelijke aard. Niet de plaats van het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft is bepalend, maar de aard van de omgeving. Daarbij is in het bijzonder van belang of sprake is van een concentratie van bebouwing en of het gebied door die bebouwing overwegend een woon- of verblijffunctie heeft. De bebouwde kom kan bijvoorbeeld verlengd worden, door een aansluitende lintbebouwing.

Uit jurisprudentie blijkt dat de rechter dit steeds heel feitelijk beoordeelt. Omdat veel agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied liggen, zal een kruimelvergunning niet vaak mogelijk zijn.

Bevoegdheid

Bij een bestemmingsplanwijziging is de gemeenteraad bevoegd om het besluit te nemen. Bij een ontheffing door middel van een omgevingsvergunning, zijn B&W bevoegd.

Zo’n besluit kan niet worden afgedwongen. Sommige gemeenten hebben beleid vastgesteld, wanneer ze medewerking verlenen aan een plattelandswoning.

Proceduretijd

Een bestemmingswijzing en een uitgebreide omgevingsvergunning kennen al met al een proceduretijd van circa 9 maanden (zonder bezwaar een beroep). Een binnenplanse ontheffing of kruimelvergunning kunnen binnen 8 weken worden verleend.

Onderbouwing

Een bestemmingswijziging of een omgevingsvergunning moet goed worden gemotiveerd. Dat betekent dat de aanvraag moet worden voorzien van een ruimtelijke onderbouwing[4]. Voor het opstellen daarvan is meestal een stedenbouwkundig bureau nodig. Ook moet meestal een luchtkwaliteitsonderzoek worden gedaan. Hier zijn kosten mee gemoeid, reken al gauw op € 5.000,=.

Leges

De gemeente brengt ook leges in rekening. Hoe hoog deze zijn, blijkt uit de ter plaatse geldende legesverordening. De leges voor een bestemmingswijziging zijn meestal hoger dan voor een kruimelvergunning.

Tot slot

Wilt u meer weten over de plattelandswoning? Ik help u graag.

Caren Schipperus

 

[1] https://wetten.overheid.nl/BWBR0024779/2018-07-28#Hoofdstuk2_Paragraaf2.3_Artikel2.12

[2] Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo.

[3] Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo juncto artikel 4 lid 9 bijlage II Bor.

[4] Een voorbeeld daarvan kwam ik hier tegen.

« Terug
×