Gebruiksbeperking doelgroep: arbeidsmigranten. Toegestaan?

31-08-2020

Recent kwam ik een voorbereidingsbesluit tegen dat begin juli 2020 is vastgesteld door een gemeente in het midden van het land. In het besluit is bepaald dat het verboden is om gedurende de werking daarvan het gebruik van bebouwing binnen de aangewezen gronden te wijzigen ten behoeve van het bewonen van woningen/wooneenheden door arbeidsmigranten. Mag dat wel?

Geldende bestemming

Ter plaatse geldt een woonbestemming. Kamerverhuur is toegestaan.

Kamerverhuur is gedefinieerd als het geheel of gedeeltelijk verhuren van een woning of woongebouw -niet zijnde een ruimte in een vrijstaand bijgebouw- via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken in deze kamers van de al dan niet gedeeltelijke combinatie van een kookgelegenheid, een wasgelegenheid (sanitair en/of witgoedvoorzieningen) en een toilet, en waarbij geen sprake is van voorzieningen voor verzorging en begeleiding.

Een woning is gedefinieerd als een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, bijzondere woonvormen daaronder begrepen alsmede in combinatie daarmee de verhuur van kamers aan maximaal twee personen welke niet tot het huishouden behoren en welke geen duurzame huishouding voeren, en niet zijnde een woonwagen.

Casus

Uit het voorbereidingsbesluit blijkt niet dat men de kamerbewoning (als bestemming) wenst te beëindigen. Stel dat een gebouw met deze bestemming tot voor kort bewoond werd door (internationale) studenten. Als gevolg van de coronamaatregelen en online lessen, blijven de studenten weg. Het pand staat leeg.

Ruimtelijk relevant of discriminerend?

Het wijzigen van het gebruik (van bewoning door studenten, naar arbeidsmigranten) is feitelijk een wijziging van het gebruik. Op grond van het voorbereidingsbesluit lijkt dit niet toegestaan. Mag men het nu niet verhuren aan arbeidsmigranten? Is deze gebruiksbeperking een ruimtelijk relevant onderscheid of is het discriminerend?

Wat zegt de Afdeling?

Er zijn meerdere uitspraken[1] waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat het niet is toegestaan om in een bestemmingsplan een verbod op te nemen op het gebruik van woningen door personen buiten een bepaalde doelgroep. Wie een woning (of een kamer) gebruikt is ruimtelijk niet relevant en het kan strijdig zijn met artikel 1 Grondwet.

Voorbereidingsbesluit onverbindend

De gemeente kan (volgend op het voorbereidingsbesluit) geen bestemmingsplan vaststellen dat arbeidsmigranten uitsluit van gebruik of bewoning. Het voorbereidingsbesluit is in zoverre onverbindend.

Als een kamer in het gebouw gedurende de looptijd van het voorbereidingsbesluit bewoond wordt door een arbeidsmigrant op basis van een normale huurovereenkomst, is dat mijns inziens niet handhaafbaar met een beroep op het voorbereidingsbesluit.

Caren Schipperus

PS

Binnen de systematiek van bestemmingsplannen kan men indirect wel doelgroepbeleid voeren. Door verkamering te verbieden, wordt bewerkstelligd dat er geen studenten in een woning gaan wonen. Met een juiste formulering en toepassing van de (ruimtelijk relevante) begrippen zoals logiesgebouw, woning, huishouden en permanente bewoning kan men bepaalde doelgroepen weren of hun komst juist bevorderen. Ook kan in de APV de bedrijfsmatige exploitatie van een gebouw t.b.v. huisvesting door arbeidsmigranten aan nadere voorwaarden worden verbonden.

[1] Bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2017:705 (zaaknummer 201605200/1/R3) en ECLI:NL:RVS:2020:18 (zaaknummer 201902339/1/R1)

« Terug
×