Visuele verontreiniging en begunstigingstermijn

16-11-2019

Ondernemingen in de industrie hebben te maken met veel wetten en regelgeving. Deze regels zijn er onder meer op gericht om het milieu te beschermen. Hoewel de bescherming van het milieu natuurlijk hoog in het vaandel moet staan, kan er een verschil tussen de theorie van de regel en de uitvoeringspraktijk ontstaan. Zeker als de ondernemer te maken krijgt met een bestuursorgaan met een strikt handhavingsbeleid. Dat kan de dagelijkse bedrijfsvoering behoorlijk frustreren. Zeker als het regent…

Casus

Een zandhandelaar had grote bergen zand op zijn terrein liggen. Bij mooi weer was er niets aan de hand, maar als het regende spoelde enig zand met het regenwater weg in een put. Deze put kwam uit op een sloot, waardoor deze sloot als het hard regende tijdelijk (op bepaalde plekken) wittig verkleurde. Deze situatie bestond al jaren, maar werd op enig moment door een oplettende controleur van het Waterschap waargenomen. Voor het Waterschap was deze constatering genoeg om strijd met artikel 3.33 lid 2 van het Activiteitenbesluit aan te nemen (verbod op visuele verontreiniging van oppervlaktewater als gevolg van een lozing van afvalwater). Het waterschap legde voortvarend een last onder dwangsom op.

Geen begunstigingstermijn

Aan de last onder dwangsom werd geen begunstigingstermijn verbonden. Dit was niet nodig volgens het Waterschap, omdat de last was gericht op het voorkomen van herhaling. Bij elke volgende overtreding, dus bij iedere regenbui, verbeurde de ondernemer direct een dwangsom.

Het Waterschap deed een beroep op vaste jurisprudentie omtrent artikel 5:32a Awb: indien een dwangsom gericht is op voorkomen van herhaling, hoeft er in beginsel geen begunstigingstermijn te worden gesteld. Hierbij vergat het Waterschap echter één ding: indien er van de overtreder meer gevergd wordt dan een enkel nalaten om aan de last onder dwangsom te voldoen, dient er alsnog een begunstigingstermijn te worden gesteld. In dit geval is dat ook zo: de ondernemer moest meer doen dan enkel een nalaten.

Het Waterschap suggereerde dat de ondernemer de zandbergen maar moest overkappen met een tent…

Praktijk

Voor de ondernemer betekende deze last dat hij een overtreding alleen kon voorkomen door het bedrijfsterrein zandvrij te maken of door de put af te sluiten. Dat laatste deed hij ook. Met als gevolg dat het hele bedrijfsterrein bij een flinke bui, blank kwam te staan. Voor de bedrijfsvoering geen werkbare en zelfs gevaarlijke situatie. (De suggestie van de tent heeft de ondernemer wijselijk naast zich neer gelegd.)

Argumenten

De ondernemer voerde in bezwaar en in een schorsingsverzoek drie argumenten aan: 1) ten onrechte was geen begunstigingstermijn opgenomen, 2) het zand-watermengsel veroorzaakte geen schade aan het milieu en 3) het was disproportioneel om het volledige bedrijf stil te leggen.

Voorlopige voorziening

De voorzieningenrechter oordeelde dat het Waterschap in dit geval wel een begunstigingstermijn had moeten opnemen in haar last onder dwangsom. De ondernemer moest immers meer doen dan iets nalaten: de ondernemer moest echt zelf maatregelen nemen. Ter zitting werd dit door het Waterschap erkend, maar daarmee was nog geen begunstigingstermijn van toepassing.

De voorzieningenrechter weegt dit mee in haar oordeel: het kan van de ondernemer in dit geval niet worden verwacht dat zij per direct maatregelen neemt (of het bedrijf stillegt) om zo te voorkomen dat er een dwangsom wordt verbeurd. Zeker nu niet is gebleken dat de verkleuring van het water negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Het belang van de ondernemer dat hij de beslissing op bezwaar mocht afwachten (zonder het risico op een dwangsom), woog in dit geval zwaarder dan het belang van het Waterschap bij handhaving (en bij bescherming van het milieu).

Conclusie

Het besluit van het Waterschap tot oplegging van de last onder dwangsom werd door de voorzieningenrechter geschorst. Na de schorsing werd de last onder dwangsom ingetrokken. De ondernemer en het Waterschap kijken nu samen naar een goede oplossing voor het tegengaan van het verkleuren van de slootwater door regenwater vermengd met zand.

Robin Link

« Terug
×