ZZP’ers moeten ook voldoen aan het Arbobesluit

15-01-2019

Als een werkgever de Arbeidsomstandighedenwet of het Arbeidsomstandighedenbesluit overtreedt, kan aan hem een bestuurlijke boete worden opgelegd. Dat is bij veel werkgevers waarschijnlijk wel bekend. Werkgevers zijn immers verantwoordelijk voor de veiligheid van hun werknemers. Dit vloeit voort uit de arbeidsrelatie die bestaat tussen werkgever en werknemer. Maar hoe zit het met zzp’ers? Moeten zij – ondanks dat geen sprake is van een werknemersrelatie – ook voldoen aan deze regelgeving? Dit wordt besproken in een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland.

De casus

Een zzp’er is zelf aan het werk op een dakkapel, op ongeveer 7,5 meter hoogte. De zzp’er draagt geen persoonlijke valbeveiliging en maakt ook geen gebruik van een steiger. Tevens zijn er geen hekwerken of leuningen aangebracht op de arbeidsplek. Een en ander wordt door een arbeidsinspecteur vastgesteld. Volgens de inspectie SZW levert dit een overtreding van artikel 3.16, eerste lid van het Arbobesluit op. Dat artikel bepaalt dat wanneer er sprake is van valgevaar, er zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer moet worden aangebracht of andere voorzieningen die het valgevaar tegengaan.

Sprake van valgevaar?

De zzp’er betoogt dat er geen sprake is van valgevaar. Wanneer de zzp’er van de dakkapel zou vallen, zou hij geen 7,5 meter naar beneden vallen, maar slechts 2 meter naar het onderliggende platte dak. De rechtbank gaat hier niet in mee. Allereerst wordt overwogen dat het onderliggende platte dak slechts 1,25 breed is, waardoor er een aanzienlijk risico bestond dat hij veel verder naar beneden zou vallen. Daarnaast is ook een valafstand van 2 meter voldoende om aan te nemen dat sprake is van valgevaar en had de zzp’er dus maatregelen moeten treffen om dit gevaar te beperken.

Arbobesluit ook van toepassing op zzp’ers?

Vervolgens zegt de zzp’er dat hij niet wist dat hij als zzp’er ook moest voldoen aan de bepalingen van het Arbobesluit. De rechtbank overweegt dat de in artikel 3.16 van het Arbobesluit opgenomen normen gelden voor alle werkzaamheden, ongeacht of die door werknemers, zzp’ers of vrijwilligers worden verricht. Het feit dat deze zzp’er (en met hem waarschijnlijk velen) ervan uit ging dat het Arbobesluit niet op hem van toepassing was, maakt niet dat er aan hem geen boete kan worden opgelegd. De zzp’er heeft ook erkend dat hij geen navraag heeft gedaan bij de inspectie of de normen wel of niet op hem van toepassing zijn. Er is geen sprake van afwezigheid van alle schuld en dus kan er een boete worden opgelegd.

Hoogte boete voor zzp’er

Aan de zzp’er is een boete opgelegd van € 1.800. De inspectie SZW heeft hierbij aansluiting gezocht bij de beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwet. Deze beleidsregel kent een indeling van bedrijven op basis van het aantal werknemers. Hoe meer werknemers een bedrijf in dienst heeft, hoe hoger de boete is. De zzp’er is ingedeeld in de laagste categorie: bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers. Hierbij stelt de zzp’er dat het niet eerlijk is dat hij in dezelfde categorie als een bedrijf wordt ingedeeld. Hij heeft immers geen personeel in dienst en is de enige binnen zijn onderneming die omzet genereert. Volgens de zzp’er is het daarom ook onevenredig dat hij in dezelfde categorie wordt ingedeeld als werkgevers. De boete zou daarom in ieder geval gematigd moeten worden.

De rechtbank stelt dat de beleidsregel als uitgangspunt heeft dat grotere bedrijven meer draagkracht hebben en daarom dus hogere boetes kunnen betalen. Nu de zzp’er zelfstandig is en als enige omzet genereert in zijn onderneming, dient daar rekening mee te worden gehouden. Daarnaast heeft de betrokken zzp’er maatregelen getroffen naar aanleiding van de boete, waren het werkzaamheden van beperkte omvang en is er geen sprake van moedwillig overtreden van de regels. Al met al komt de rechtbank tot de conclusie dat er redenen zijn om de boete te matigen tot een bedrag van € 600,-.

Conclusie

Regels uit het Arbobesluit gelden ook voor zzp’ers. Ook wanneer er géén sprake is van een arbeidsrelatie kan er een boete worden opgelegd door de inspectie SZW. Bij het opleggen van een boete moet er wel rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval. Het feit dat iemand een zzp’er is, kan (in samenhang met andere omstandigheden) reden zijn om een boete te matigen.

Frank Janzing
Robin Link

« Terug
×