Schuldenaar: zuiver verzuim tijdig en correct

25-01-2019

Maar al te vaak gaan de oogkleppen op en zetten partijen hun hakken in het zand wanneer er een conflict ontstaat. Principes gaan een rol spelen en zij zijn niet meer bereid tot overleg. Dit kan hen echter duur komen te staan. Tenzij de principes het financiële motief overstijgen, kan het verstandig zijn om de wederpartij enige goede wil te tonen.

Zuivering van verzuim

Het leerstuk van zuivering van verzuim is daarvan een goed voorbeeld. Artikel 6:86 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een schuldenaar die in verzuim is met de nakoming van zijn verbintenis, en dus in beginsel verplicht is om schadevergoeding te betalen aan zijn schuldeiser, zijn verzuim kan zuiveren. Bij zuivering van verzuim wordt de schuldenaar weliswaar niet ontslagen van zijn plicht om de schade te vergoeden, maar hij kan het verder oplopen van de schade aanzienlijk beperken.

De schuldenaar zuivert zijn verzuim door

  1. de schuldeiser aan te bieden alsnog zijn verplichting(en) na te komen;
  2. én de inmiddels geleden schade te vergoeden.

Als het aanbod van de schuldenaar niet aan voornoemde vereisten voldoet, hoeft de schuldeiser het aanbod ook niet te accepteren. Accepteert hij het aanbod wel, dan behoudt hij toch aanspraak op volledige schadevergoeding. Wil de schuldenaar bewerkstelligen dat zijn verzuim eindigt, en zijn schadevergoedingsplicht beperkt blijft, dan is het dus belangrijk dat zijn aanbod aan de twee eisen voldoet.

Als de schuldeiser dit aanbod weigert, dan verschuift het verzuim van de schuldenaar naar de schuldeiser. De schadevergoedingsplicht van de schuldenaar blijft dan beperkt.

Zuivering van verzuim volgens De Hoge Raad

Op 7 december 2018 heeft de Hoge Raad in een arrest nog maar eens toegelicht hoe de zuivering van verzuim werkt. Waar ging het over?

Bedrijf X ontwerpt poloshirts en verkoopt deze aan detaillisten. Zij koopt deze shirts in bij producent en groothandel JED B.V. Eind 2012 plaatst Bedrijf X een order bij JED voor de levering van 2500 poloshirts, met als leveringsdatum 27 februari 2013. De shirts worden echter niet op tijd geleverd. Op 12 maart 2013 laat JED aan Bedrijf X weten dat door fouten bij de bedrukking de levering later zal plaatsvinden.

Een eerste deel van de poloshirts wordt geleverd, maar voor het overige deel bericht JED aan Bedrijf X dat er opnieuw problemen zijn en dat de shirts pas kunnen worden geleverd op 18 april 2013. JED vraagt Bedrijf X of zij hiermee door wil gaan of dat de order alsnog moet worden afgebroken. Afbreken van de order is echter geen optie voor Bedrijf X, omdat zij verplichtingen heeft tegenover haar afnemers en de gevolgen van niet leveren voor haar groot zullen zijn. Zij ziet dan ook geen andere optie dan akkoord te gaan met de leveringsdatum van 18 april 2013, waaraan Bedrijf X echter wel de voorwaarde verbindt dat JED de schade van Bedrijf X zal vergoeden.

JED acht de door Bedrijf X opgegeven schadeposten echter zodanig onredelijk dat JED niet akkoord gaat en de order annuleert. Dit is een rampzalig scenario voor Bedrijf X. Zij probeert meermaals om met JED in gesprek te blijven en te zoeken naar een passende oplossing. JED geeft echter niet thuis.

Bedrijf X stapt naar de rechter. Bedrijf X vordert een verklaring voor recht dat zij de overeenkomst met JED terecht (partieel) heeft ontbonden en om de aansprakelijkheid van JED voor de geleden schade vast te stellen. JED voert verweer en stelt onder andere dat zij haar verzuim heeft gezuiverd door nakoming en schadevergoeding aan te bieden aan Bedrijf X, welke aanbod Bedrijf X ten onrechte heeft geweigerd.

Verzuim niet gezuiverd

De Hoge Raad oordeelt dat JED haar verzuim niet heeft gezuiverd, omdat het aanbod van JED niet kwalificeert als een afdoende aanbod tot schadevergoeding in de zin van artikel 6:86 van het Burgerlijk Wetboek.

Ten overvloede overweegt de Hoge Raad dat ook in het geval het aanbod van JED wel aan de eisen van de wet had voldaan en Bedrijf X dit aanbod had geweigerd, dan nog had JED de orders niet mogen annuleren. Het eindresultaat is dat Bedrijf X de overeenkomst met JED (partieel) kan ontbinden en JED gehouden is tot vergoeding van de door Bedrijf X geleden en nog te lijden schade.

Dus…!

Dit arrest van de Hoge Raad toont maar weer eens aan hoe belangrijk het is om goed na te denken over de stappen die genomen moeten worden wanneer de dingen anders lopen dan gepland. Als JED wellicht wat langer had nagedacht over hoe met de situatie om te gaan en juridisch advies had ingewonnen, dan had zij waarschijnlijk wel haar verzuim kunnen zuiveren en was verdere schade beperkt gebleven. Investeren aan de voorkant kan kosten aan de achterkant (lees: aansprakelijkheid) beperken.

Voor meer informatie over dit onderwerp of hulp bij dit soort situaties, sta ik u graag te woord.

Britt Loeffen

« Terug
×