Teruggeven gekocht paard?

20-01-2020

Vaak krijg ik te horen dat consumenten het recht zouden hebben om een nieuw paard binnen een half jaar terug te geven als het paard niet bevalt. De verkoper zou dan verplicht zijn om het paard terug te nemen. Mocht je je rijk rekenen op dit punt, dan moet ik je teleurstellen.

Gebrek

Gelukkig voor alle verkopers is de wet genuanceerder over de ‘zes maanden termijn’. Stel dat een paard is verkocht en dat de koper na de verkoop aangeeft dat er iets mankeert aan het paard (ik noem dat hierna “het gebrek”). Een van de belangrijkste vragen – zo niet de belangrijkste vraag – die dan beantwoord moet worden, is of het gebrek al aanwezig was bij het paard toen de koper het paard kocht. Een verkoper kan immers niet verantwoordelijk worden gehouden voor gebreken die ná de verkoop zijn ontstaan. Een koper heeft dus alleen het recht om het paard terug te geven aan de verkoper (en zijn geld terug te eisen), als hij kan aantonen dat het gebrek al bij het paard aanwezig was toen hij het paard kocht. Juristen noemen dit de antedatering van het gebrek.

Het is vaak niet makkelijk voor een koper om aan te tonen dat het gebrek al aanwezig was ten tijde van de aankoop. Een dierenarts kan namelijk lang niet altijd exact vaststellen wanneer een gebrek is ontstaan. En als er al een dierenarts is die daar een uitspraak over kan doen, dan komt de wederpartij vaak met een andere dierenarts die het tegendeel beweert. Getuigen zijn in veel gevallen niet makkelijk te vinden of ze zijn niet bereid om te verklaren.

Verschuiven bewijsrisico

Hoe makkelijk zou het dan zijn als dit bewijsrisico verschuift van de koper naar de verkoper?! Dat is precies wat er gebeurt bij de toepassing van de regel van de ‘zes maanden termijn’. Als er namelijk sprake is van een consumentenkoop (professionele verkoper verkoopt paard aan consument), dan bepaalt de wet dat wordt vermoed dat het gebrek bij aankoop aanwezig was als het gebrek zich binnen zes maanden na de koop heeft geopenbaard.

De koper hoeft dus alleen maar aan te tonen dat een gebrek zich openbaart binnen zes maanden na de aankoop en dan gaat de rechter ervan uit dat dit gebrek aanwezig was bij de aankoop. Het is vervolgens aan de verkoper om aan te tonen dat het gebrek áfwezig was bij de koop. Hiermee verschuift de bewijslast dus van de koper naar de verkoper. Juist vanwege de hiervoor omschreven moeilijkheden die men vaak heeft bij de verzameling van bewijs, vrezen professionele verkopers vaak voor deze omkering van de bewijslast. Er zijn zelfs professionals die er om deze reden voor kiezen om geen enkel paard te verkopen aan consumenten.

Let op

Let op, de zes-maanden-regel (bewijsvermoeden) geeft een consument (de koper dus) niet onverkort het recht om het paard terug te geven. Er zijn veel meer elementen die hierbij een rol spelen. Denk bijvoorbeeld aan een klachtentermijn die geldt, of de vraag of de koper het gebrek niet had kunnen/moeten zien bij aankoop. En misschien verkeert de professionele verkoper wel in de gelukkige omstandigheid dat hij in staat is om aan te tonen dat het paard echt niets mankeerde bij de verkoop.

Afwachten

Het bewijsvermoeden is een van de diverse wettelijke bepalingen waarin consumenten worden beschermd. Dit is op Europees niveau geregeld. Er zijn plannen om de regels aan te passen, waarbij de mogelijkheid voor lidstaten bestaat om de termijn van zes maanden op te rekken naar twee jaar. Gelet op de grote problemen die professionele verkopers nu al ervaren bij toepassing van het bewijsvermoeden, kijk ik met grote zorg naar de situatie dat de termijn van zes maanden wordt opgerekt naar twee jaar. Gelukkig staat daartegenover dat lidstaten waarschijnlijk de mogelijkheid hebben om levende have (waaronder paarden) uit te sluiten van toepassing van het bewijsvermoeden. Vooralsnog is het afwachten hoe dit alles zich gaat vertalen in Nederlandse wetgeving.

Britt Loeffen

« Terug
×