De contractsvrijheid beperkt…?

02-11-2018

Contractsvrijheid: de vrijheid om te onderhandelen met wie je wil, waarover je wil en wanneer je wil. Onderdeel van de contractsvrijheid vormt ook de vrijheid om de onderhandelingen af te breken wanneer een partij dat wil. Bijvoorbeeld als een derde partij tegen gunstigere voorwaarden hetzelfde product of dezelfde dienst kan leveren.

Afbreken onderhandelingen onaanvaardbaar

Hoe vanzelfsprekend deze vrijheid op het eerste oog voorkomt, is zij dat allerminst. Onder omstandigheden kan het namelijk zo zijn dat een partij de onderhandelingen niet mag afbreken en – wanneer de onderhandelingen toch worden afgebroken – dat de afbrekende partij aansprakelijkheid is voor de bij zijn onderhandelingspartner ontstane schade. Volgens de Hoge Raad is afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar wanneer “gedurende de onderhandelingen bij een van de partijen het gerechtvaardigd vertrouwen is ontstaan dat de onderhandelingen uiteindelijk zouden resulteren in het sluiten van een overeenkomst dan wel andere omstandigheden zich voordoen die het eenzijdig afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar maken.” Deze zin zal ik toelichten.

Tijdens de onderhandelingen zullen partijen de voor hen van belang zijnde onderwerpen bespreken en proberen daarover overeenstemming te bereiken. Als de onderhandelingen bijvoorbeeld lang duren of op een zeer gedetailleerd niveau plaatsvinden, dan kan bij een van de partijen het vertrouwen ontstaan dat de onderhandelingen uiteindelijk zullen resulteren in een overeenkomst. Als dat vertrouwen gerechtvaardigd is, kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn om de onderhandelingen af te breken. Worden de onderhandelingen toch afgebroken, dan kan de afbrekende partij aansprakelijk zijn voor de door de andere partij geleden schade.

Hoge lat

Uit een arrest van de Hoge Raad, het JPO/CBB-arrest (2005), blijkt dat de lat voor het ontstaan van aansprakelijkheid bij afgebroken onderhandelingen hoog ligt. CBB onderhandelde met JPO over de ontwikkeling van een kantoorgebouw in Arnhem. Het plan was dat JPO het perceel waarop dit gebouw moest worden gerealiseerd, zou aankopen van de gemeente en doorverkopen aan CBB. Partijen hebben daarover lang onderhandeld. Op enig moment ontstond een kink in de kabel en heeft CBB kenbaar gemaakt niet door te willen gaan met JPO. CBB beëindigde de onderhandelingen. JPO was het daarmee niet eens en stelde CBB aansprakelijk.

Die kwestie kwam uiteindelijk bij de Hoge Raad terecht. De Hoge Raad overwoog dat een strenge en terughoudende maatstaf moet worden aangelegd bij de vraag of er sprake is van een rechtens relevant (oftewel gerechtvaardigd) vertrouwen. Het bestaan van een dergelijk vertrouwen mag niet snel worden aangenomen. Voor de Hoge Raad blijft de contractsvrijheid hoog in het vaandel staan.

Voor een definitieve uitspraak is de zaak verwezen naar het Hof ’s-Hertogenbosch. Het hof kwam tot de conclusie dat het afbreken van de onderhandelingen door CBB weliswaar zeer teleurstellend was voor JPO, maar dat dit niet kon worden aangemerkt als onaanvaardbaar. Relevant daarbij was dat het sluiten van de bewuste overeenkomst nog niet zonder slag of stoot zou zijn gerealiseerd. Het stond CBB dan ook vrij om de onderhandelingen af te breken.

Gevolgen aansprakelijkheid

Wanneer wel wordt aangenomen dat sprake is van het ongeoorloofd afbreken van de onderhandelingen, staat de benadeelde partij een aantal middelen ter beschikking. Zo kan hij bijvoorbeeld vorderen dat de afbrekende partij verplicht is om door te onderhandelen, eventueel gepaard gaande met een verbod voor de afbrekende partij om met derden te onderhandelen.

Een andere optie is het vorderen van schadevergoeding. Met name deze vordering kan de afbrekende partij duur komen te staan, omdat niet alleen de gemaakte kosten (bijvoorbeeld onderhandelingskosten of advieskosten) maar ook de gederfde winst mogelijk voor vergoeding in aanmerking komt.

Tips

Om te voorkomen dat bij uw onderhandelingspartner het gerechtvaardigde vertrouwen ontstaat dat een overeenkomst tot stand zal komen – en u aldus mogelijk aansprakelijk bent – kunt u onder meer gebruik maken van voorbehouden. Denk aan goedkeuring door de Raad van Commissarissen, wijziging van een bestemmingsplan door de Gemeente of het verkrijgen van een financiering. Laat uw onderhandelingspartner (tijdig en duidelijk) weten op dat contractuele binding pas zal ontstaan als voldaan is aan bepaalde voorwaarden. Uw onderhandelingspartner zal er dan niet snel op mogen vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zal komen als nog niet aan deze voorwaarden is voldaan.

Met de contractsvrijheid achter de hand is er veel mogelijk voor partijen in onderhandeling, zolang men duidelijk is naar elkaar en tijdig eventuele voorbehouden kenbaar maakt aan de andere partij. Het loont dan ook om juridisch advies in te winnen. Wij kunnen u adviseren over de formulering van voorbehouden en/of de gemaakte afspraken duidelijk voor u op papier zetten. Door tijdig (en bij voorkeur schriftelijk) duidelijkheid te verschaffen, kunnen de risico’s op aansprakelijkheid in de precontractuele fase worden beperkt.

Britt Loeffen

 

« Terug
×