Rode kaart voor Openbaar Ministerie

17-06-2018

Een van de onderwerpen die in het sanctierecht veelvuldig aan de orde komt is de spanning tussen de verplichting van burgers en ondernemingen om enerzijds op grond van wetgeving aan allerlei overheidsinstanties informatie te verstrekken en anderzijds de uit het strafrecht ontleende waarborg dat niemand kan worden verplicht om mee te werken aan zijn eigen veroordeling (nemo tenetur beginsel). Vaak wordt op grond van de verplicht verstrekte informatie een bestuurlijke sanctie opgelegd of door het Openbaar Ministerie op grond van die informatie strafvervolging ingesteld. Het Gerechtshof  ‘s-Hertogenbosch heeft op 12 juni 2018 over deze materie een belangrijke uitspraak gedaan.

Informatiehonger

Om de belastingplichtige te beschermen tegen de niet te stillen honger van de Belastingdienst naar informatie, is in 2011 voor fiscale zaken een speciale regeling in de wet opgenomen. Hierbij is de zogenaamde informatiebeschikking ingevoerd. Als een belastingplichtige meent dat de Belastingdienst informatie van hem verlangt die fiscaal niet relevant is, kan hij dat voorleggen aan de Belastingrechter. Deze beslist vervolgens of de belastingplichtige de gevraagde informatie al dan niet dient te verstrekken.

Waar draait de kwestie om?

In deze zaak had de belastingplichtige een discussie met de Belastingdienst over een aantal e-mailberichten. De Belastingdienst vond dat het in het kader van de juiste belastingheffing noodzakelijk was om van deze berichten kennis te nemen. De belastingplichtige maakte bezwaar tegen de informatiebeschikking bij de Belastingrechter. In afwachting van de beslissing op het bezwaar kwamen de belastingplichtige en de Inspecteur der Rijksbelasting overeen om de bedoelde e-mailcorrespondentie op DVD te zetten en deze vervolgens bij de belastingplichtige in een verzegelde (blauwe) envelop in bewaring te geven.

Toch strafvervolging

Ondanks het feit dat de Belastingrechter nog niet had geoordeeld dat er een verplichting voor de belastingplichtige bestond om de gevraagde informatie te verstrekken en in weerwil van de afspraak die de belastingplichtige met de Inspecteur had gemaakt, besloot het Openbaar Ministerie (in dit geval het Functioneel Parket) om over te gaan tot strafvervolging wegens het niet verstrekken van de gevraagde informatie. De FIOD verrichtte een doorzoeking bij de inmiddels verdachte belastingplichtige en nam daarbij de DVD in beslag. De verdachte werd vervolgens gedagvaard wegens het niet verstrekken van informatie aan de Belastingdienst.

Beslissing rechter

Het gerechtshof stelt voorop dat het OM grote vrijheid toekomt om op basis van opsporingsonderzoek al dan niet tot strafvervolging over te gaan. De rechter moet deze bevoegdheid respecteren en kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen de beslissing van het OM inhoudelijk toetsen.

Het hof neemt het OM kwalijk dat strafvervolging is ingezet, terwijl er nog geen beslissing op het bezwaar tegen de informatiebeschikking genomen was. Verder verwijt het hof het OM met name dat strafrechtelijke dwang is toegepast om de gevraagde informatie te verkrijgen. Het hof komt tot de slotsom dat niet anders kan worden geconcludeerd dat er een strafrechtelijke procedure is opgestart, alleen maar om de beschikking te kunnen krijgen over de e-mailberichten die op de DVD waren vastgelegd. Volgens het hof heeft het OM haar bevoegdheid ingezet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is bedoeld, détournement de pouvoir. Op die grond verklaart het hof het OM niet-ontvankelijk in de strafvervolging.

Rode kaart

Het niet-ontvankelijk verklaren van het OM is een uitzonderlijke beslissing van het hof. Dit oordeel kan niet anders worden gekwalificeerd dan het uitdelen van een rode kaart. Het OM druipt met het schaamrood op de kaken het veld af. Een terechte beslissing van het hof, aldus Frank Janzing.

« Terug
×