Moet ook bij een voetbalveld of een tennisbaan naast een agrarisch perceel rekening gehouden worden met een spuitzone van 50 meter? Jazeker.
Hoe zat het ook al weer?
Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat tussen gevoelige functies en agrarische functies waarbij bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast, een afstand van 50 meter dient te worden aangehouden. Binnen deze afstand zijn gevoelige functies niet toegestaan, tenzij het gebruik van bestrijdingsmiddelen is uitgesloten. Deze afstand wordt in de praktijk aangeduid als een spuitzone (maar eigenlijk is het dus een “spuitvrije” zone). [1] Afwijken is mogelijk op basis van een locatiespecifiek onderzoek.
Sport = gevoelige functie
Het begrip “gevoelige functie” is niet beperkt tot woningen. Ook andere functies waarbij sprake is van langdurig verblijf van personen kunnen hieronder vallen. Dit is al vaker overwogen in relatie tot recreatie.[2]
In relatie tot sport zijn niet veel uitspraken voorhanden waaruit expliciet volgt dat sportlocaties ook tot gevoelige functies worden gerekend. Er zijn mij twee uitspraken bekend (met betrekking tot dezelfde onderliggende casus) die voldoende hard maken dat ook bij sportvoorzieningen de zone van 50 meter volgens de Afdeling moet worden aangehouden.
De rechter overweegt…
De Afdeling heeft in haar uitspraak van 11 september 2019 overwogen dat tennisvelden als gevoelige functies moeten worden aangemerkt:
Wat betreft de kwantitatieve compensatie overweegt de Afdeling dat op een deel van de compensatiegronden op het terrein van de Zeevogels rekening moet worden gehouden met een spuitzone vanwege nabijgelegen gevoelige functies, te weten tennisvelden. Om de gronden langs die tennisvelden te kunnen gebruiken moet zijn aangetoond dat geen gezondheidsrisico’s optreden ter plaatse van die tennisvelden. Het bestreden besluit geeft er geen blijk van dat is onderzocht in hoeverre de gezondheidsrisico’s op de tennisvelden in de weg staan aan het gebruik van gronden van het complex Zeevogels voor bollenteelt.
Uit de opvolger van deze uitspraak, d.d. 2022 volgt dat de Afdeling zowel voor een voetbalveld als voor tennisvelden, met inbegrip van de tribunes, de afweging van de gevolgen van middelengebruik op bollenvelden door de planwetgever in relatie tot beoogde sportfuncties toetst (en in die uitspraken als onvoldoende beoordeelt):
13.3.5 Met betrekking tot de bescherming van de bezoekers van de voetbalvelden overweegt de Afdeling dat in het rapport van SPA ook aan de zuidwestzijde van het nieuwe voetbalcomplex een driftwerende haag is aangegeven. De gronden direct grenzend aan die kant van het voetbalcomplex hebben in het plan de bestemming “Natuur” gekregen, zijn vier tot zes meter breed en zijn niet voorzien van een functieaanduiding voor een windhaag. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de gronden naast die strook grond waarop bollen geteeld kunnen worden hier niet direct grenzen aan gronden met de bestemming “Sport”. De raad wijst er op dat daartussen een stuk grond met een woonbestemming ligt. Er is daarom geen driftwerende haag nodig geacht, aldus de raad. Het voorgaande neemt naar het oordeel van de Afdeling niet weg dat op korte afstand ten zuidwesten van het nieuwe voetbalcomplex bollenteeltgronden liggen waar gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast zonder dat er sprake is van enige driftreductie in noordoostelijke richting. De gronden met de bestemming “Sport” mogen op deze locatie dus ook zonder de aanwezigheid van een driftwerende voorziening in gebruik worden genomen. De raad heeft niet overtuigend gemotiveerd waarom dit deel van het sportcomplex afdoende is beschermd tegen de blootstelling aan drift.
Door deze bouwmogelijkheid is het mogelijk om een kleine onoverdekte (sta)tribune te bouwen op een afstand van minder dan 50 meter van de bollengronden. In het deskundigenbericht is vermeld dat daardoor personen op die tribune niet beschermd worden door de driftwerende hagen. Het bestreden besluit geeft er geen blijk van dat de raad zich hiervan rekenschap heeft gegeven. Evenmin geeft het bestreden besluit er blijk van dat de raad zich rekenschap heeft gegeven van de mogelijkheid die de artikelen 6.3.1 en 19 en 20 van de planregels biedt om hogere tribunes te bouwen. De betogen slagen.
Conclusie gevolgen voor de gezondheid
13.4. Het voorgaande leidt de Afdeling tot de slotsom dat de raad het plan voor zover het de gevolgen van de verspreiding van drift betreft, onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gevolgen van de drift aanvaardbaar kunnen worden geacht.
Conclusie
Kortom, ook bij sportvelden moet rekening gehouden worden met een spuitvrije zone van 50 meter ten opzichte van naastgelegen agrarische functies waar bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt.
Wil je hier meer over weten? Raadpleeg dan de andere blogs op mijn site of laat me je helpen met een concreet advies toegespitst op jouw casus.
Caren Schipperus
[2] Bijvoorbeeld ingeval van (verblijfs)recreatie: ECLI:NL:RVS:2018:865 of ECLI:NL:RVS:2021:2560

