Omgevingsvergunning Waterstoffabriek

28-09-2021

De media berichten volop over de mogelijke rol die groene waterstof kan vervullen in de energietransitie. Na enige aarzeling stimuleert de rijksoverheid sinds 2019 in het kader van het klimaatakkoord de inzet van waterstof. De overheid mikt op de productie van 500 MW aan (groene) waterstof in 2025 voor diverse doeleinden (o.a. industrie en zwaar transport). Informatie over de waterstoffabriek en het wettelijk kader kan dan ook niet ontbreken.

Nog geen verleende vergunningen voor een waterstoffabriek?

Als in 2025 500 MW aan (groene) waterstof opgewekt moet worden, dan zou ik anno 2021 verwachten dat er al verschillende aanvragen voor omgevingsvergunningen voor waterstoffabrieken c.q. elektrolysers[1] met opslagvoorzieningen (gevorderd) in behandeling zouden zijn.

Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat nog best tegen te vallen. De enige die ik tot nu toe ben tegengekomen, is de recent gepubliceerde ontwerp omgevingsvergunning voor een installatie met een productiecapaciteit van 25 MW voor Volt H2 in Vlissingen, gevoed met regionaal opgewekte zonne- en windstroom.

Mogelijke oorzaken

Het is wellicht niet gek dat er nog maar weinig vergunningen zijn aangevraagd. Zonder subsidie is het nog niet mogelijk om een haalbare businesscase rondom waterstof te creëren[2]. Elektrolysers zijn kostbare installaties die (nog) niet in massaproducties van de band rollen[3]. Er is veel vraag naar groene stroom, maar de productie ervan stokt door netcongestie en ruimtegebrek voor voldoende opwek[4].

Waterstof concurreert al met al nog (lang) niet met fossiele brandstoffen.

GldH2

Sinds 2019 ondersteun ik samen met Benegas het project van GldH2 om een waterstoffabriek met een elektrolyser van 2 MW te bouwen in de gemeente Zutphen (met een uitbreiding in de toekomst naar 10 MW). GldH2 stelt zich ten doel om fossiel gas in diverse industriële productieprocessen en o.a. huisverwarming te vervangen door groene waterstof.

De betrokken omgevingsdienst (ODRN) heeft aangegeven dat dit voor hen de eerste vergunning is die zij behandelen. Je merkt dat men nog zoekende is. Dat is ook niet zo gek. Een ‘waterstoffabriek’ of een ‘elektrolyser’ kom je met zoveel woorden niet tegen in de milieuwetgeving. Ook is de kans klein dat je deze activiteiten tegenkomt in een bestemmingsplan.

Wat is er wel geregeld?

Wettelijk kader

Voor de specialisten onder de lezers (die net als ik even moeite hadden om het juridisch kader scherp te krijgen), schets ik hieronder het wettelijk kader. Mochten de afkortingen als Wabo, PSG 35 en BBT u duizelen, neemt u dan gerust contact met mij op voor vragen.

Een inrichting voor het produceren van waterstof is vergunningplichtig op grond van artikel 2.1 lid 1 sub e Wabo juncto artikel 2.1 lid 2 en onderdeel C, categorie 2, artikel 2 van bijlage 1 Bor (vervaardigen en opslaan van gassen).

Vormvrije m.e.r. beoordeling

Er geldt een (vormvrije) m.e.r. beoordelingsplicht (mits de installatie onder de drempelwaarde blijft). De elektrolyser valt onder categorie D34.4 van met Besluit m.e.r. hetgeen betekent dat een aanmeldingsnotitie moet worden opgesteld op basis waarvan het bevoegd gezag kan bepalen of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. De waterstoffabriek valt niet onder het Bevi of BRZO.

Bevoegd gezag

Op grond van artikel 2.4 Wabo juncto artikel 3.3 lid 1 Bor zijn Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag (de waterstoffabriek is een IPPC installatie op grond van categorie 4.2 onder a van bijlage I van de Europese Richtlijn Industriële emissies).

Termijn

De vergunning doorloopt de uitgebreide voorbereidingsprocedure van de Wabo. Dat betekent dat in beginsel 6 maanden na het indienen van de aanvraag, de vergunning moet zijn verleend.

In de praktijk is het bekend dat deze termijn ‘van orde’ is en zelden wordt gehaald (tenzij de vergunning uitgebreid is voorbereid vóór het indienen van de aanvraag).

Ontwerpvergunning Volt H2

Uit de analyse van de op 22 september 2021 gepubliceerde ontwerpvergunning voor Volt H2, leid ik af dat de waterstoffabriek nauwelijks milieugevolgen van enige betekenis heeft (anders dan geluid als gevolg van ventilatoren). De vergunning bevat hoofdzakelijk de gebruikelijke bepalingen. Wel valt op dat de PGS 35 (voor afleverinstallaties van waterstof) ‘analoog’ wordt toegepast om te borgen dat de waterstofopslaginstallatie aan BBT voldoet.

Er is geen Wnb vergunning vereist als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 Wnb. Er is een kwantitatieve risico analyse (QRA) gemaakt als ware het een Bevi-inrichting. Uit de QRA blijkt dat de 10-6 plaatsgebonden risicocontour buiten de inrichting ligt. Omdat waterstofgas een brandbaar gas is en de productie onder hoge druk plaatsvindt, is dit niet onlogisch. Veiligheid staat natuurlijk voorop[5].

Er vinden geen emissies van zeer zorgwekkende stoffen plaats. De emissie van (kort gezegd) fijnstof draagt niet in betekenende mate bij.

De zuurstof die vrijkomt bij de productie van 1.800 ton waterstof, wordt ‘afgelaten’ naar de atmosfeer. Het is jammer dat daar geen nuttige toepassing voor is gevonden. Ook voor de vrijkomende warmte lijkt geen eindgebruiker in beeld te zijn.

Bestemmingsplan

Voor de omgevingsvergunning (bouw) wordt getoetst aan de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan. Indien er sprake is van een bedrijvenbestemming met een ‘Staat van Bedrijvenlijst’, dan valt de waterstoffabriek in beginsel onder de categorie chemische fabrieken, anorganische stoffen (in lijn met de IPPC-classificatie, maar mijns inziens niet vallend onder de post-Seveso-richtlijn) categorie 4.2 (maatgevende afstand: 300 meter wegens geluid) of onder de categorie ‘overige gassenfabriek, explosief’, categorie 5.1 (maatgevende afstand: 500 meter wegens geluid).

Indien van het bestemmingsplan moet worden afgeweken, kan de procedure van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo worden toegepast. Hoe groter de afwijking, hoe uitgebreider de ruimtelijke onderbouwing moet zijn. In het kader van de m.e.r.-beoordeling zijn vrijwel alle relevante omgevingsrechtelijke aspecten al onderzocht. Een ruimtelijke onderbouwing bij de afwijking van het bestemmingsplan is daarmee (relatief) snel vorm te geven.

Deze procedure past in tijd binnen de procedure voor de omgevingsvergunning milieu.

Tot slot

In deze blog heb ik de mij beschikbare kennis over de omgevingsvergunning voor de waterstoffabriek op hoofdlijnen gedeeld. Ik hoop daarmee andere initiatiefnemers te helpen hun proces te versnellen.

Voor vragen ben ik graag beschikbaar.

Caren Schipperus

 

[1] Waterstof wordt geproduceerd met een elektrolyser. Deze installatie splitst, mits gevoed met groene stroom, water in “groen” waterstofgas en zuurstofgas. Bij dat proces komt ook warmte vrij.

[2] Idealiter is er ook een afnemer voor het geproduceerde zuurstof en de warmte die vrijkomt bij het productieproces.

[3] De overheid ziet wel kansen voor de maakindustrie in Nederland om elektrolysers te gaan produceren.

[4] Windmolens en zonnepanelen nemen veel ruimte in beslag. Omwonenden verzetten zich vaak tegen de komst van windmolens en zonneparken. Vergunningprocedures kosten veel tijd. De impact op het landschap en de ruimtelijke omgeving in een dichtbevolkt land als Nederland is groot.

[5] Wellicht omdat mensen bij ‘waterstof’ altijd denken aan de ramp met de Hindenburg, de zeppelin die gevuld was met waterstof. Deze ramp werd echter ‘mede mogelijk gemaakt’ door fouten van de kapitein bij het aanmeren en het brandgevaarlijke omhulsel van de zeppelin (en niet primair door de waterstof)

« Terug
×