Verslag
Met dit verslag blikken wij terug op het seminar dat op 17 november plaatsvond in het Laanboomhuis te Opheusden, met spuitzonering als onderwerp.
Met een opkomst die bovenverwachting hoog was en met een diverse achtergrond (van overheid tot projectontwikkelaar en van adviseur tot omgevingsdienst) bleek dat het onderwerp breed leeft in de maatschappij.
Vijf spreker gingen in op het onderwerp. Als eerste Bjorn Kohlmann (Tree Centre Opheusden) die vertelde hoe het eigenlijk gesteld is met het middelengebruik in de laanboomsector en het onderscheid in middelengebruik tussen deze sector en bijvoorbeeld de fruitteelt. Hij vertelde dat er hard gewerkt wordt aan het terugdringen van het spuiten en dat er ook innovaties onderzocht worden zoals schoffelrobots die in plaats kunnen komen van onkruidbestrijding. De sector spant zich in om het middelengebruik steeds verder te verminderen, zeker ook met het oog op de waterkwaliteit.
Vervolgens maakte Caren Schipperus (ALEX advocaten) een rondje langs de rechtspraak. Aan de hand van verschillende casussen en praktijkervaring werd toegelicht hoe in de rechtspraak nog altijd vastgehouden wordt aan de 50-meter spuit(vrije)zone. Afwijken daarvan is mogelijk door middel van een locatiespecifiek onderzoek is mogelijk, maar er zijn niet veel succesvolle voorbeelden in de praktijk. Toch zie je dat onderzoekers creatiever worden en uit de wel succesvolle uitspraken haalde zij tips voor het vormgeven van een goed locatiespecifiek onderzoek.
Hans Stam (gemeente Lingewaard) liet aan de hand van verschillende projecten waar hij in zijn carrière als ruimtelijk planoloog bij gemeenten aan gewerkt had, zien met welke uitdagingen ambtenaren te me maken krijgen. Hij legde uit dat bestuurders vaak proberen te vermijden om een spuitzone op een agrarisch perceel te leggen, terwijl tegelijkertijd soms te star wordt vastgehouden aan de 50-meter zone, in situaties waar van het spuiten van gewassen helemaal geen sprake is.
Na een korte pauze vervolgde het seminar met John Verweij (HDD Advies). Hij gaf vanuit zijn kennis van de sector aan welke gevolgen spuitzonering eigenlijk heeft voor de verschillende branches in de land- en tuinbouw. Hij begon met een kaartje van de Betuwe om te laten zien dat de meest waardevolle grond voor de land- en tuinbouw vaak de grond is die het dichtst bij de bebouwde kom liggen. Verderweg gelegen gebieden zijn vaak grasland. Hij legde uit dat bij grasland een spuitzone eigenlijk geen effect heeft op de gebruiksmogelijkheden van het perceel voor akkerbouw, maar dat dit bij fruitteelt en stuk lastiger ligt.
Tot slot belichtte Maarten Geerts (Landas / SRO) de aanpak die zijn bureau hanteert als het gaat om het opstellen van een locatiespecifiek onderzoek. Hij liet zien dat je de agrarische sector zou kunnen onderverdelen in teelten met hun bijbehorende spuitbelasting (vergelijk de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering) en dat je op grond daarvan zou kunnen werken met verschillende zone-afstanden: van 0 meter bij gras- en maisland tot 50 meter bij sierteelt. Van belang is dat overheden bij ruimtelijke besluiten pragmatischer omgaan met onzekerheden.
Het grote aantal vragen vanuit de zaal en de gesprekken over het onderwerp tijdens de naborrel gaven wel aan dat we er voorlopig nog niet over uitgepraat zijn. Heeft u het seminar gemist en wilt u meer weten over het verhaal van één van de sprekers? Laat het ons weten.
Zie recent en actueel (3 mei 2026) de uitzending van Nieuwsuur over dit onderwerp.
De blog van Caren Schipperus met de achtergrondinformatie bij de presentatie vindt u hier.



