Het strafproces in een notendop: Voorlopige hechtenis

03-02-2021

Deel 2: Voorlopige hechtenis (bewaring, gevangenhouding en gevangenneming)

Na de aanhouding en inverzekeringstelling, maar voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van een strafzaak, kan een verdachte vast blijven zitten. Dat heet de voorlopige hechtenis. In dit deel van de serie blogs: Het strafproces in een notendop, wordt dit besproken: bewaring, gevangenhouding en gevangenneming.

Bewaring: voor welke feiten?

De fase van de voorlopige hechtenis start op het moment dat de rechter-commissaris de verdachte op vordering van de officier van justitie voor de duur van maximaal twee weken in bewaring stelt. Dat kan niet voor ieder strafbaar feit; het moet gaan om verdenking van het begaan van een strafbaar feit waarop een gevangenisstraf van tenminste vier jaren is gesteld. Daarnaast wordt in de wet nog een aantal strafbare feiten genoemd waarop een lichtere strafbedreiging staat, maar waarvoor toch voorlopige hechtenis kan worden toegepast. Voorbeelden zijn bedreiging en mishandeling.

Ernstige bezwaren

Anders dan bij de aanhouding en inverzekeringstelling, waarvoor enkel verdenking voldoende is, vereist de wet voor het toepassen van voorlopige hechtenis een strengere norm. Er moet sprake zijn van een stevige verdenking. Oftewel er moet sprake zijn van ernstige bezwaren.

De rechter-commissaris heeft bij de behandeling van de vordering tot inbewaringstelling de taak om te beoordelen of er sprake is van een grote mate van waarschijnlijkheid dat de verdachte het strafbare feit, waarvoor hij is aangehouden, heeft begaan. De rechter-commissaris baseert zijn oordeel op de (voorlopige) bevindingen van het onderzoek door de politie, zoals dat is vastgelegd in het proces-verbaal van voorgeleiding.

Gronden

Als komt vast te staan dat er tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn, dan kan de bewaring worden bevolen op een aantal gronden of een combinatie daarvan. Die gronden zijn: ernstig gevaar voor vlucht, gevaar voor herhaling (recidive), er moet door de politie nog onderzoek worden verricht dat de verdachte niet mag doorkruisen (denk bijvoorbeeld aan het horen van getuigen) en de laatste grond, de zogenaamde 12-jaars grond: het gaat om een zeer ernstig feit (met een strafbedreiging van een gevangenisstraf van 12 jaren of meer) en de samenleving zou het onbegrijpelijk vinden dat de verdachte zijn proces in vrijheid zou mogen afwachten.

Gevangenhouding

Na afloop van de termijn van de bewaring kan de officier van justitie, mits er nog steeds sprake is van ernstige bezwaren en er tenminste nog één grond voor de voorlopige hechtenis bestaat, bij de raadkamer van de rechtbank, bestaande uit drie rechters, een vordering tot gevangenhouding indienen. De raadkamer dient wederom te beoordelen of aan de eisen van het toepassen van de voorlopige hechtenis is voldaan. De termijn van de gevangenhouding is maximaal 90 dagen.  Na afloop van die termijn moet de verdachte op zitting worden gebracht.

Pro forma-zitting

Als de voorlopige hechtenis al een aantal maanden voortduurt en het onderzoek nog niet is afgerond, wat in ernstige zaken nogal eens voorkomt, dan kan de strafzaak op de eerste zitting nog niet inhoudelijk behandeld worden. De officier van justitie zal in een dergelijk geval bij aanvang van de zitting direct om een uitstel (aanhouding) vragen. De rechtbank zal dan enkel oordelen over de voorlopige hechtenis. De rechtbank kan de voorlopige hechtenis met maximaal drie maanden verlengen.

Opheffing en schorsing voorlopige hechtenis

De verdachte kan te allen tijde een verzoek indienen om de voorlopige hechtenis op te heffen of te schorsen.

Als de voorlopige hechtenis wordt geschorst dan wordt de verdachte in vrijheid gesteld onder een aantal strikte voorwaarden.  Naast de vaste voorwaarden zoals het verbod om tijdens de schorsing nieuwe strafbare feiten te plegen en de verplichting om mee te werken aan identificatie als daarom wordt gevraagd, kunnen er bijzondere voorwaarden aan de schorsing worden opgelegd. Voorbeelden van bijzondere voorwaarden zijn: een contactverbod, behandelverplichting of elektronisch toezicht (enkelband). Als de verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt, kan de schorsing worden opgeheven en zal de verdachte weer worden gedetineerd.

Gevangenneming

Een bijzonder vorm van voorlopige hechtenis is de gevangenneming. De rechter kan, nadat de zitting is aangevangen, de gevangenneming van een niet gedetineerde verdachte bevelen. Het gaat in dat geval dus om een verdachte op vrije voeten, bij wie niet eerder voorlopige hechtenis werd toegepast.

Een bevel gevangenneming kan op de zitting zelf worden afgegeven of nadat de rechtbank tot een eindoordeel is gekomen, waarbij de verdachte tot een vrijheidsstraf wordt veroordeeld.

Frank Janzing

« Terug
×