Het zwijgrecht van de onderneming

28-09-2018

Vanaf 1976 kunnen naast natuurlijke personen ook rechtspersonen (bijvoorbeeld de besloten vennootschap of stichting) strafrechtelijk worden vervolgd. Welke regels zijn daarop van toepassing? Heeft een onderneming ook zwijgrecht? Hoe werkt dat in de praktijk?

“You have the right to remain silent”

Een veelgehoorde zin in politieseries. Een verdachte van een strafbaar feit wordt door de politie aangehouden en hij wordt direct op het zwijgrecht gewezen. Dat recht is een van de belangrijke verworvenheden van ons strafrecht. Het vormt een waarborg tegen het afdwingen van verklaringen onder ongeoorloofde druk.

Het zwijgrecht ontstaat op het moment dat er sprake is van een ‘criminal charge’ in de zin van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling en kan er voor kiezen om te zwijgen. Een juiste strategie in het geval er weinig of geen (ander) bewijs voorhanden is, maar een beroep op het zwijgrecht kan ook averechts uitpakken, bijvoorbeeld als de verdachte wat heeft uit te leggen of als hij een beroep op noodweer wil doen.

Het spiegelbeeld van het zwijgrecht is de verplichting van de opsporende instantie om de verdachte uitdrukkelijk op dat zwijgrecht te wijzen (de cautieplicht). Wordt deze regel geschonden, dan zal de rechter in veel gevallen oordelen dat de verklaring die is afgelegd, zonder dat vooraf op het zwijgrecht is gewezen, niet voor het bewijs kan worden gebruikt.

De verdachte rechtspersoon

Als er door een bedrijf bijvoorbeeld illegale lozingen worden verricht dan kan dat bedrijf, naast degenen die feitelijk opdracht voor die lozingen hebben gegeven, worden vervolgd. Op de vervolging van rechtspersonen zijn in beginsel dezelfde regels van toepassing als bij natuurlijke personen. Dat betekent dat ook aan de verdachte rechtspersoon het zwijgrecht toekomt.

Een rechtspersoon is echter een juridische fictie die enkel en alleen feitelijk kan handelen door middel van natuurlijke personen. Bij een klein bedrijf zal dat bijvoorbeeld de directeur groot aandeelhouder zijn maar bij wat grotere bedrijven kan dat problematischer liggen. Die bedrijven worden veelal vertegenwoordigd door een raad van bestuur of een raad van commissarissen. Wie van hen vertegenwoordigt in het opsporingsonderzoek de rechtspersoon als verhoren worden afgenomen? Komt aan hen het zwijgrecht toe en hoe zit het met de werknemers? Het Wetboek van Strafvordering regelt niets over wie tijdens de fase van het opsporingsonderzoek namens de rechtspersoon een beroep op het zwijgrecht kan doen.

Praktische tips

In de praktijk wordt er vaak voor gekozen om voor de rechtspersoon een vertegenwoordiger aan te wijzen. Dat gebeurt dan meestal in overleg met de raadsman van de verdachte onderneming. De vertegenwoordiger hoeft niet per se iemand van de directie te zijn. Het kan bijvoorbeeld iemand zijn die de meeste kennis over de vermeende overtreding heeft, maar dat hoeft niet. De ondernemer kan in overleg met zijn raadsman een afgewogen keuze maken. Alleen de vertegenwoordiger wordt gewezen op het zwijgrecht, andere aan de onderneming verbonden personen worden vervolgens gehoord in de hoedanigheid van getuige.

Let op: hoewel de politie dat vaak anders wil doen geloven, is een getuige niet verplicht om tegenover de politie een verklaring af te leggen. Hierin kan de ondernemer/werkgever sturen. Hij kan het personeel in het voorkomend geval opdragen om geen verklaring aan de politie af te leggen. Overigens is een getuige wel verplicht om tegenover een rechter een verklaring af te leggen.

Zwijgrecht voor werknemers?

Vanuit de advocatuur wordt bepleit om het zwijgrecht van de onderneming ook toe te kennen aan de werknemers van die onderneming. Dat zou logisch zijn omdat in het strafrecht wordt aangenomen dat gedrag van een werknemer aan de onderneming kan worden toegerekend. Tot op heden heeft de rechter het zwijgrecht van de werknemer niet willen aanvaarden. Dat is spijtig, omdat het zwijgrecht van de onderneming in mijn optiek daardoor weinig inhoud heeft.

Wilt u meer informatie over de positie van uw onderneming in een strafrechtelijk onderzoek? Neemt u dan contact op met Frank Janzing via 088 410 44 11 of janzing@alexadvocaten.nl.

« Terug
×